Mijn verhaal in vijf thema’s

Vandaag beschrijf ik mezelf aan de hand van vijf thema’s en beelden die mij kenmerken als persoon. Dit artikel is een vervolg van social storytelling vergroot jouw kansen op succes.  Ben je benieuwd naar dat artikel, lees het dan hier! De vijf thema’s zijn: Pakistan, student Bedrijfskunde MER, onderwijs, kennismanagement & sport.

Ik kom uit een Pakistaanse gezin. Mijn ouders zijn daar geboren en getogen. Zelf ben ik geboren in Amsterdam. Ik voel me zowel een Nederlander als een Pakistaan. Vanaf kleins af aan ging ik bijna elk jaar op vakantie in Pakistan. Afgelopen kerstvakantie kon ik daar weer heen. Door financiële redenen kon ik pas na zes jaar naar Pakistan. Wil je meer over mijn belevenissen in Pakistan weten? Klik dan hier!
foto emirates      Karachi

Momenteel ben ik een bedrijfskundige MER student. Met veel plezier studeer ik inmiddels al drie jaar op de hogeschool van Amsterdam. De reden waarom ik in Amsterdam studeer is, omdat ik mijn eigen stad beter wilde leren kennen. Daarnaast was het ook nog lekker dichtbij. Onderwerpen over economie vind ik heel boeiend.

hva sahh hva

In mijn vrije tijd tennis en skeeler ik graag. Vanaf mijn 16e ga ik graag de baan op om te tennissen. Ook in de zomer ben ik vaak op de tennisbaan te vinden. Als ontspanning vind ik dat heerlijk. Het fijne van skeeleren is dat je dat kan doen waar je maar wil! Lees hier! meer over mijn eerste ervaring met skeeleren.

IMG-20130501-WA0001

Afgelopen halfjaar heb ik een minor: ‘een baan in het onderwijs gevolgd.’ Ik liep stage op het Regio College. Op deze stageplek heb ik onwijs leuke periode achter de rug. Mijn passie ligt in het delen van mijn kennis en de jongeren verder op weg te helpen. Om deze reden voel ik me verbonden in het onderwijs. Klik hier voor een onderwijsartikel.

2013-11-13 11.00.11eerste dag gelijk voor de klas

Tot slot volg ik sinds afgelopen september honoursprogramma Kennismanagement. Hierover kan je hier meer lezen. In dit programma komt de betekenis van kennismanagement, theory- U, social networks en veel rondom deze thema’s aan de orde. De komende tijd zal ik mezelf meer verdiepen in deze thema’s. En dit met jullie natuurlijk delen.

dreamstime_14016164

Dus hou mijn blog in de gaten 🙂 Wat is jullie verhaal in vijf thema’s?

Continue Reading

Falen en opnieuw doen is de sleutel tot succes

In mijn vorige blog kon je lezen over mijn stage en wat voor leuke tijd ik daar heb gehad. Helaas heb ik verschillende onderdelen buiten me stage om niet gehaald.

Iets in een keer niet lukken hoort eigenlijk bij het leven. Dat betekent niet gelijk dat je hebt gefaald. Je hebt vast wel eens een docent horen roepen: ‘fouten maken is niet erg, daar leer je alleen maar van.’ In deze zin zit een grote boodschap. Als je tijdens je studie of in je leven alles in een keer zou halen dan is het niet zo spannend meer. Het leren van je fouten, maakt je sterker en geeft je vertrouwen.

De kracht zit hem in hoeverre jij er tegen aangaat om het de volgende keer wel goed te doen. Tuurlijk is het fijn als je alles in een keer haalt en afrondt. Maar door het niet halen ga je kijken naar je fouten waardoor je er bewust van wordt wat de volgende keer anders moet.

Dus jij loopt een keer ergens  tegen aan en lukt het niet een keer, dan moet je maar denken dat in het falen en opnieuw doen de sleutel tot succes zit. Je ontwikkelt namelijk doorzettingsvermogen en je leert van je eigen fouten. Je bent een ervaring rijker 🙂

sleutel-tot-succes

Continue Reading

Afscheid op stage en mijn minor

Afgelopen maand moesten de laatste loodjes gelegd worden aan mijn minor, daarna nam ik afscheid van me stage en hiermee mijn minor. Ik heb een onvergetelijke tijd achter de rug. In het onderwijs heb je veel te maken met reflectieverslagen en jezelf presenteren door middel van een portfolio. Hieronder lees je de hoogtepunten van mijn stage.

Mijn eerste stagedag op het Regio College in Zaandam mocht ik gelijk voor de klas staan. Het was onwijs gaaf om dat mee te maken. Ben je benieuwd naar die ervaring, lees het dan hier. Daarnaast genoot ik van het prachtige uitzicht.

2013-11-13 11.00.11 Regiocollege...

De week erna mocht ik surveilleren. Tijdens het surveilleren moest ik de leerlingen duidelijk maken dat ik niet een van hen was. Natuurlijk was het gevolg dat de leerlingen mijn grenzen ging op zoeken.  Zoals je vroeger bij elke nieuwe docent of stagiaire deed. Na de toetsweek ging ik de lessen observeren en daarna gaf ik bijna elke week les. Ik kwam in een juridische en administratieve team terecht, waar ik bijna altijd een eigen werkplek had. Het waren lieve en behulpzame collega’s. Om deze reden voelde ik me gelijk al thuis en kon ik me optimaal ontwikkelen.

werkplek werkplek 1

Het vak dat ik gaf was handel en marketing. Dit vak  vond ik leuk om over te brengen naar de leerlingen. Naast het geven van mijn les was ik geïnteresseerd naar de meningen van de leerlingen. In twee lessen had ik de leerlingen aan het einde van de les feedback gevraagd. Tot mijn verbazing kreeg ik hele lieve reacties waar ik ontzettend gelukkig van werd.

Kantine leerlingenLokalen

De begeleiding was uitstekend, ik heb hiervan dan ook veel opgestoken. Een van mijn hoogtepunt was een praktijkcasus onderwijzen in de les. Deze casus had ik zelf bedacht om de leerlingen een context en een voorbeeld van een onderwerp te geven. Deze les heb ik verwerkt in mijn lessenserie, uiteindelijk heb ik de totale lessenserie met een ruime voldoende afgerond. Het komende halfjaar ga ik mijn laatste lessen voor deze opleiding volgen. Het wordt steeds spannender 🙂

Continue Reading

minor dag #10

De tijd vliegt! Vrijdag 29 november moesten de observatieopdrachten ingeleverd worden. De tweede opdracht van deze minor. De volgende opdracht is een lessenserie van minimaal twee lessen. Met andere woorden gewoon lessen geven! Afgelopen donderdag (28 november) mocht ik twee klassen marketing les geven. Vooraf heb ik een lesplan gemaakt. Een lesplan is heel belangrijk voor een beginnende docent. Je schrijft vooraf concreet op wat je in de les wil doen. Wat zijn de doelen die je wil behalen. De structuur van de les is nog steeds onder te verdelen in  de les fases. De eerste les ging super. Ik stond daar en ik vond het gewoon geweldig om daar te staan. Al die leerlingen te zien die vragen hebben of met dingen bezig zijn waar je gewoon om kan lachen. Als je die leerlingen iets leert, zie je dat ze het waarderen. De tweede klas was iets lastiger. Bepaalde samenwerkingsvormen waren niet effectief. Bij de eerste groep werkte het wel, maar bij de andere groep hadden die leerlingen meer sturing nodig. Zo zie je gelijk verschillen tussen twee spiegelklassen. Bij de laatste groep liep ik bij bepaalde onderdelen ook uit. Op dat moment hamerde ik op mijn planning. Ik wilde mijn les planning behalen. Om deze reden ontstond er wel wat onrust. In het vervolg ga ik het inkorten of de les een beetje aanpassen.

Deze lessen zijn allemaal leermomenten, maar momenteel haal ik er veel meer energie uit door de positiviteit en het verloop van de lessen. De leerlingen iets bijbrengen of dat ze iets hebben onthouden na je les, geeft een heerlijk gevoel. Op naar de volgende les 🙂

2013-11-13 11.00.11

Continue Reading

Minor dag #9

Vrijdag 22 november stond het thema meervoudige intelligenties op het programma. We kregen allereerst een oefening met meervoudige intelligenties. Je moest een reactie/voorkeur geven op de verschillende intelligenties. Welke vormen van intelligenties zijn er?

– Taalkundige intelligentie denkt in woorden, houdt van lezen, praten, kan makkelijk gedachtes en ideeën verwoorden. Leest met inzicht en begrijpt wat er staat. Kan iets goed begrijpen en verhelderen.
– Logische- wiskundige intelligentie Is gefascineerd door getallen en cijfers en speelt er graag mee, kan goed ordenen.
– Visueel ruimtelijk intelligenties. Neemt de werkelijkheid waar via de beelden. Heeft een groot gevoel voor kleurnuances. Degene tekent vaak figuurtjes of maakt krabbels om iets vast te houden. Hij experimenteert graag met ontwerpen en schetsen. Degene denkt, schrijft en praat plastisch. Kan zich snel oriënteren in gebouwen, wijken en werkt graag met vormgevers en grafieken. De bijbehorende oefening bij deze intelligentie was  teken het symbool van de Nederlandse Spoorwegen. Nou dat ging ons moeizaam af hoor. Niemand wist het symbool te tekenen….
– Lichamelijk- motorische intelligentie. Reageert bij voorkeur met trefzekere bewegingen. Heeft een sterk gevoel voor de juiste richting en timing in het gebruik van het eigen lichaam. Houdt van gymnastiek en sport. Maakt snel lichamelijke contact. Sterk in fijn motoriek. Leert makkelijk door iets te doen of te spellen. Leeft in geluid en ritmiek. Is een boeiende verteller.
-Natuurgerichte intelligentie Is gefascineerd door alles wat groeit en bloeit en beweegt in de natuur. Herkent snel kenmerken van planten, dieren, voorwerpen Leert makkelijk door waarnemingen buiten te verzamelen en te ordenen. Gaat graag met dieren om en maakt er snel contact mee.
-Interpersoonlijke intelligentie. Stelt zich graag wat op de achtergrond. Leeft in eigen wereld. Kent sterke en zwakke kant
-Intrapersoonlijke intelligentie. Houdt van contact met andere en degene werkt graag samen. Houdt graag van gezelligheid en feestjes. Voelt scherp aan wat anderen beweegt en spreekt daar makkelijk over. Voelt zich prettig in groepen en is  graag bereid om anderen te helpen

Het volgende onderwerp was vaktaal. Leerlingen hebben niet altijd hetzelfde niveau. Zij missen soms het juiste niveau. De kunst is om als docent in te zien met welke termen de leerlingen moeite mee hebben. Dat moet helder worden gemaakt voor de leerlingen. Voorbeeld: vraag in de klas of iemand een betekenis kan geven op een begrip, voordat je dat begrip gaat uitleggen. Op deze wijze activeer je de leerlingen om na te denken. Mochten de leerlingen het niet weten, dan zullen ze het sneller onthouden als je ze het aan de leerlingen gaat uitleggen.  Nu mag ik me meer bezig houden met lesgeven 🙂

Continue Reading

Minor dag #8

Na twee weken geen college, was het weer fijn om op school te zijn. Het wisselen van ervaringen en luisteren naar andermans belevenissen op zijn of haar stage, maakte z’n dag erg leerzaam. Je kan veel leren van andersmans ervaringen.

In de ochtend gingen we met een nieuwe thema ‘samenwerkend leren’ aan de slag. Mijn observatieonderzoek gaat ook over in hoeverre samenwerkend leren op mijn werkplek wordt toegepast. Samenwerkend leren is effectief op het moment dat elke leerling een rol heeft. De leerling weet welke bijdrage diegene moet leveren. Op dat moment is er sprake van positieve wederzijdse afhankelijkheid. Je hebt verschillende manieren om leerlingen samen te laten werken. Dat kan ‘check in duo’ zijn: ‘op het moment dat leerlingen in tweetallen moeten samenwerken’. Hierbij kan je denken dat twee leerlingen samen huiswerk nakijken. In dit geval is het niet zo dat de een overschrijft van de ander. Je moet  een vorm van denken, delen en uitwisselen creëren, dan is het namelijk effectief. Zij krijgen de tijd om na te denken over het onderwerp. Over het betreffende onderwerp gaan de leerlingen sparren en daarna gaan zij het met elkaar uitwisselen. Eenzijdig expert is ook een vorm van samenwerkend leren. Iedere leerling krijgt een specialisatie toegewezen. De leerlingen leggen aan elkaar hun specialisatie uit. Binnen no-time zijn de leerlingen expert op de specialisaties die zij aan elkaar uitleggen. Zo heb je nog meer diverse vormen. Een voordeel bij het samenwerkend leren is dat een docent niet de hele tijd aan het woord is. De leerlingen gaan voornamelijk zelf aan de slag en leren van elkaar. De docent moet echter wel in de gaten houden of de leerlingen wel effectief samen aan het werk zijn. Met andere woorden de leerlingen moeten in de gaten worden gehouden of zij daadwerkelijk wel met hun werk bezig zijn.

Na het theoriegedeelte moesten wij in een groepje een lesplan maken. In dit plan moesten we verschillende samenwerkende vormen bedenken dat we de leerlingen willen laten uitvoeren. We moeten minimaal twee lesplannen maken en die lessen uiteindelijk ook geven. Een lesplan is een leidraad voor het geven van een goede les. Een les is opgebouwd uit een vaste structuur: het doel van de les aangeven, voorkennis activeren, uitleg geven, controleren of de leerlingen de theorie hebben begrepen, zelfstandig aan het werk zetten en tot slot, je meet of je jouw opgestelde doel van de les hebt behaald. Eigenlijk gaat het hier om de lesfases.

In de middag gingen we met het coachingsgedeelte aan de gang. Twee van mijn medestudenten gingen oefenen met het orde houden. De rest van ons ging acteren als luidruchtige leerlingen. Het was een leuke oefening. We lagen allemaal in een deuk, omdat orde houden best lastig kan zijn. Helemaal als je het voor je eigen medestudenten doet, want wij maakten het niet makkelijk voor ze. Het was ontzettend leerzaam, omdat ze doorgingen totdat ze het idee hadden dat het goed ging. Naast stage is zo een theoriedag na een lange vrije periode erg leuk en leerzaam. We oefenen waar we tegen aanlopen. Vervolgens nemen we die ervaring en oefening mee naar onze stage. Oefening baart kunst 🙂

P.S. dit verslagje was iets later dan gepland. Deze week staat minor dag #9 online!

Continue Reading

Bedrijfskunde MER opendag

Afgelopen zaterdag was de eerste open dag voor dit jaar. Dit jaar was anders. Elk  jaar stond ik op de Fraijlemaborg in Bijlmer. Sinds dit jaar is de opleiding verhuist naar de Wenckebachweg. Een plek die ik niet gewend ben. Na de kick-off  gingen we  om 10:00 starten.

Dit jaar stond ik niet achter een kraampje, maar op een verdieping met lokalen om ouders en aankomende studenten te verwelkomen. Vorig jaar schreef ik nog dat sinds dit jaar de numerus fixus werd gehanteerd. Vorige week is die numerus fixus ingetrokken. Een goede beslissing, nu schrikken we de mensen tenminste niet af. Het aankomend jaar vinden er veel meer veranderingen plaats. Allereerst is het onderwijsconcept van Bedrijfskunde MER veranderd. We gaan nu uit van activerende didactiek. Met andere woorden de studenten worden vanaf het begin al aan het werk gezet. Het slagingspercentage van de opleiding was heel laag.

Hoe kwam dat?
De studenten hadden veel vrijheid en moesten heel zelfstandig zijn. De meeste studenten struikelen over deze vrijheid. Je had een halfjaar lessen in zeven vakken en dan aan het eind van het halfjaar had je in al die zeven vakken tentamens, twee weken lang. Het voordeel was dat als je al je tentamens had gehaald, dan was je in januari de hele maand vrij. Maar er waren weinig studenten die de tentamens in één keer haalden.

Wat houdt het onderwijsconcept activerende didactiek in?
Dit betekent dat de studenten aan het begin van de studie al gelijk aan de slag moeten. In week vier is al het eerste tentamen. Vervolgens twee weken later nogmaals een tentamen en dan weer na drie weken. Dit houdt in dat de studenten gestimuleerd worden om gelijk te beginnen met het openen van het boek.  Er worden blokken van 10 weken geïntroduceerd. De hertentamens vinden plaats tijden de vakantieperiodes. Op deze wijze worden de studenten van alle kanten geprikkeld om aan het begin van het studiejaar gelijk te studeren. De minpunten zijn wel dat je dan geen vakanties meer hebt als je moet studeren voor je hertentamens. Maar wel een stimulans om er alles aan te doen om toch de tentamens in één keer te halen.

Vanaf dit jaar moeten de studenten voor 1 mei inschrijven. Schrijven de studenten later dan deze datum in, dan mogen die studenten worden geweigerd. De keuze moet dus veel eerder en bewuster worden gemaakt. Daarnaast zijn de studenten verplicht om deel te nemen aan de studiekeuzecheck, op het moment dat zij zijn ingeschreven op deze opleiding.

Het studeren blijft nu niet meer vrijblijvend. Terecht als men studie-uitvallers wil verkleinen, dan moeten zulke maatregelen worden genomen. De tijd zal leren of het studierendement omhoog gaat. Voor meer informatie raadpleeg de website van de HvA.

Continue Reading

Eerste stagedag gelijk al voor de klas

Lieve lezers,

Afgelopen week was ik helaas niet zo lekker, maar gelukkig gaat het nu al weer een stuk beter. Dus tijd voor een nieuw artikel! Naast het feit dat ik ziek was, ging mijn stage gewoon door. Vorige week donderdag was mijn eerste stagedag een feit! Die dag stond ik gelijk al voor de klas. Ben je benieuwd naar mijn belevenis? Lees dan snel verder.

Donderdag 31 oktober dacht ik rustig te kunnen beginnen, maar ik mocht gelijk al kennismaken met de hectiek van het onderwijs. Een docent was ziek, waardoor derdejaarsleerlingen te veel tussenuren zouden hebben. Om deze reden werd ik gevraagd of ik die les wilde geven. In eerste instantie schrok ik. De vakkennis die heb ik, maar ik had tijd nodig om de les voor te bereiden, wat ik niet had. Gelukkig gaven de leerlingen aan dat zij wilden oefenen voor een examen. Uiteindelijk moest ik die leerlingen opvangen en zorgen dat zij zelfstandig of samen aan het werk gingen.

Daar stond ik dan voor de klas. Ik koos ervoor om te focussen op de interpersoonlijke en pedagogische kant. In de literatuur heb ik al veel gelezen wat betreft beginnersfouten. Een docent wil aardig gevonden worden, waardoor je dan dingen toestaat. Ik wilde deze fout niet maken en probeerde op een positieve manier de leerlingen te corrigeren.  De leerlingen waren hartstikke goed aan het werk, zij hadden namelijk een doel. Het behalen van het examen. Overigens het was mijn vakgebied. Ik kon ze heel goed op weg helpen. Daarnaast heb ik ook een telefoon afgepakt, met humor uiteraard! Na een uur mochten de leerlingen van mij weg, ze hadden zo goed gewerkt. Toen die leerlingen weg waren, dacht ik, voor de eerste les zonder voorbereiding ging dit uitstekend. De leerlingen accepteerde mij en doordat ik mijn grenzen in het begin goed aangaf, wisten de leerlingen hoe ver ze konden gaan.

Na deze les realiseer ik hoe belangrijk het is om consequent te zijn. Het doel kenbaar maken was in dit geval niet nodig. De leerlingen hadden een doel. Deze twee dingen zorgde ervoor dat de les goed verliep. Ik sprak de leerlingen wel aan op hun gedrag, maar mijn aandachtspunt voor de volgende keer is dat ik niet te veel moet nadenken. Gewoon aanspreken, aangezien de leerlingen aan mijn regels moeten houden.

Ter afsluiting: een leerling vroeg hoelang ik al les geef. Ik wist even niet hoe ik die vraag moest beantwoorden. Ik kan moeilijk zeggen dat het de eerste keer is. Uiteindelijk heb ik tegen de leerling gezegd dat ik een derdejaarsstudent ben en niet full-time in het onderwijs werk. Op deze vraag kan ik niet een duidelijk antwoord geven. De leerling knikte vaag:’ oké mevrouw.’ De volgende dag kreeg ik van mij college te horen dat de leerlingen heel blij waren met de les. Er is niks leuker dan een compliment ontvangen van de leerlingen <3

eerste dag gelijk voor de klas

Continue Reading

Minor dag #6 en #7

Minor dag #6

De kwaliteit van de vragen stellen zelf heeft invloed op de kwaliteit van het onderwijs. Dit was het onderwerp in de ochtend. Vorige les hadden we het over verschillende lesfases. We gingen met dit thema door, maar dan een stapje verder. Wat voor vragen stel je aan de leerlingen?

Je hebt lage-orde en hoge-orde vragen die binnen vier leerniveaus passen: onthouden, begrijpen, integreren en creatief toepassen. Begrijpen en integreren hoort bij lage-orde vragen en bij hoge-orde vragen ben je in staat om de theorie te integreren en creatief toe te passen. Wist je dat als je een tekst leest dat je maar 10% onthoudt. Maar als je in staat bent om de theorie uit te leggen aan je klasgenoten dan onthoudt je 85%.

Het onderdeel pedagogiek was voornamelijk om onze ervaringen uitwisselen betreft de stage. Sommigen hebben nog geen plek en sommigen zijn al op gesprek geweest. Wat je niet moet onderschatten is dat als je in opleiding bent als leraar, dan ben je continu jezelf aan het reflecteren. Elke handeling die je doet, moet je reflecteren, want dan wordt je een bekwame docent. Een docent die bewust is van zijn eigen kennen en kunnen. Dit klinkt allemaal logisch, maar ik moet heel erg wennen aan het feit dat je alles op papier moet zetten en bewijzen over alles wat je doet.

Een cultuurshock zo beschrijft de docent onze reacties op dat moment. Ik heb heel vaak gehoord dat een docent niet alleen lesgeeft, maar ook veel papierwerk heeft. Langzamerhand besef ik wat daar mee wordt bedoeld. Aan de andere wordt je bewust van wat je doet door steeds te reflecteren.

Je maakt een persoonlijk ontwikkelingsplan en persoonlijk activiteitenplan. Hierop ga je steeds reflecteren en kijken wat je beter kan doen. Wat heb je hiervoor nodig? Observatieformulieren, literatuur, en je werkplek. Wij moeten ons voorbereiden op zelfsturing.

minor dag #7
Diversiteit, straatcultuur, cultuur en normen & waarden waren de onderwerpen waarmee we startten. Wat is diversiteit en wat betekent dat in het onderwijs? Hoe ga je daarmee om? Het was een korte les waar we vliegensvlug door heen gingen. We keken naar de verschillende culturen van diverse landen. Bijvoorbeeld Suriname is heel autoritair. Daar spreken ze elkaar alleen maar met u aan.

De middag bijeenkomst was een intervisiebijeenkomst. Een intervisiebijeenkomst is een bijeenkomst met een groepje waar je dan je eigen ervaringen en problemen bespreekt. Als je ergens tegenaan loopt kan je dat in deze bijeenkomst bespreken. Door middel van verschillende methodes helpen we elkaar om tot een oplossing te komen. Wij keken deze bijeenkomst naar elkaar’s portfolio, observatieformulieren en de persoonlijk ontwikkelingsplan/ persoonlijk activiteitenplan.

Last but not the least: na de herfstvakantie mag ik ook beginnen aan mijn stage! Mijn stage in Zaandam is een feit. Binnenkort lees je daar meer over. Voor nu genieten van het weekend 🙂

Continue Reading

Minor dag #5

Normaal begint de vrijdag met het onderdeel didactiek maar dit keer begonnen we met pedagogiek. De ochtend begon met het uitwisselen van onze ervaringen betreft de stage. Wie heeft al een stageplek en wie niet. Waar lopen we tegenaan. Het was interessant om naar andermans ervaringen te luisteren. Ik heb bijvoorbeeld nog geen stageplek en ben nog steeds in contact. Twee studenten hadden wel stageplekken, waarvan één de maandag gelijk al zelf les mag geven.

Op een flapover moesten wij de belangrijkste aandachtspunten (competenties) als leerkracht beschrijven waar we deze week aan de gang mee willen gaan. Alles wat je benoemd, moet je kunnen beargumenteren op basis van je wat je mee hebt gemaakt. We zijn vaak niet bewust wat we doen of waar we heen willen. Je stelt doelen vooraf of aandachtspunten waar je denkt dat je niet in goed bent. Wees bewust dat de meeste doelen die vooraf worden gesteld vaak gaan op basis van je gevoel. De doelen die ik had opgeschreven waren het volgende: een neutrale houding aannemen tegenover de leerlingen.

In de middag moesten we in tweetallen een lesplan opstellen dat gebaseerd was op de lesfases. Je hebt verschillende lesfases:

1. De aandacht op de doelen van de les richten, deze moeten aansluiten bij de voorkennis die de leerlingen hebben.  Een voorbeeld van een slechte les: ‘waar waren we gebleven de vorige keer. Begin jij maar op deze blz te lezen. Op deze manier activeer je de voorkennis niet.
2. Leerlingen voorzien van nieuwe informatie van de belangrijkste elementen van het leren/de vaardigheid.  Leerlingen hebben na de les het gevoel dat zij een stuk wijzer zijn geworden.
3. Nagaan of de belangrijkste begrippen en vaardigheden zijn overgekomen. (de leerling altijd actief houden, individuele aanspreekbaarheid)
4. Instructie geven over zelfwerkzaamheid van leerlingen (instructie is belangrijk). Dit is het moment dat chaos kan ontstaan. Wat, waar, hoe en waarom vragen verhelderen, is dan hierbij van belang.  Vooral het waarom is heel belangrijk! De leerlingen geven dan een betekenis aan de leerstof.
5. Leerlingen voorzien van geleide of zelfstandige oefening.
6. Afsluiten van de les door middel van de  kernbegrippen controleren. Om zo te zien of de leerlingen het gesnapt hebben.

Nadat we het lesplan hadden opgesteld moesten we  lesgeven in ongeveer 15 minuten. Niet iedereen zou aan de beurt komen. Stiekem hoopte ik dat ik niet hoefde. Uiteindelijk moest ik toch wel de les geven. Het ging heel goed. Onbewust gaf ik samen met mijn klasgenootje de doelen goed aan, we hadden de voorkennis geactiveerd en de studenten deden enthousiast mee. De meest voorkomende fout die ik maakte was de vraag stellen: snap iedereen de stof nu.  Op deze vraag zullen de leerlingen ja knikken. De vraag is niet effectief genoeg om de leerlingen daadwerkelijk vragen te laten stellen als zij het niet snappen. Om te meten of de leerlingen het snappen zou je willekeurig een leerling kunnen vragen om kort samen te vatten wat degene in deze les heeft geleerd.

Op deze minor leer je niet alleen in het onderwijs lesgeven, maar je leert bewust te worden van je eigen kennen en kunnen. Je leert reflecteren op elke handeling die jij doet en wat voor effect dat heeft op een leerling. Dat is best lastig. Ga bij jezelf maar na, ben je in staat om na elke handeling  te reflecteren en hoelang houd je dat vol? Uiteraard zijn daar sommige daar wel goed in.

Continue Reading