Een dagje meelopen op mijn oude school

Vorige week woensdag mocht ik op mijn oude school terecht voor een paar observatielessen. Op basis van de theorie had ik een observatieformulier gemaakt. Het doel van deze observatie was om de basis houding van een docent in de gaten te houden en wat voor invloed dat heeft op de leerlingen.

Een docent moet over zeven basiscompetenties beschikken: interpersoonlijke competent, pedagogische competent, vakinhoudelijk en vakdidactisch competent, organisatorisch competent, competent in samenwerking met collega’s, competent in samenwerking met de omgeving en competent in reflectie en ontwikkeling.

Mijn focus tijdens deze observatielessen lag op de eerste vier competenties.  Momenteel is het voor mij erg zoeken in dit beroep en om deze reden had ik hele simpele vragen geformuleerd en uitgewerkt in een observatieformulier. Ik was nieuwsgierig naar onder andere hoe de docent omgaat met de leerlingen, op welke wijze de docent betrokken is naar de leerlingen, is de docent in staat om de leerlingen op een effectieve wijze zelfstandig aan het werk te zetten, op welke wijze creëert de docent een veilige werkomgeving en de verschillende werkvormen.

De observatielessen begonnen vroeg, al om half 9. Eigenlijk de standaard tijd. Het was voor mij even aanpoten om er daadwerkelijk om half 9 te zijn. De scholieren weten het niet beter, maar als student raakt je uit je ritme.  Doordat je als student meer de vrijheid hebt om wel of niet lessen bij te wonen. Daarnaast zijn de tijden van de college’s heel anders. Scholieren krijgen deze vrijheid nog niet.

In de ochtend ging ik een vwo derde klas observeren. De eerste les begon met Engels, literatuur lezen. Ik kreeg een warm welkom van mijn oude docent. Introductie als een oud-leerling voelde een beetje raar, maar wel heel fijn dat ik daar nog steeds welkom ben. De docent begon de les goed met interactie en ze was consequent. Zij maakte goed oogcontact en handelde professioneel. De les begon met een mededeling van toetsen en eventuele herkansingsmogelijkheden. Iedere leerling had de aandacht voor de docent. Daarna vroeg de docent waar zij gebleven waren in het boek. Het meten van de voorkennis. Het ging met humor, zij benaderde elk antwoord positief. Daarna kregen de leerlingen de tijd om in tweetallen het verhaal te bespreken. Er was sprake van veel interactie. Het boek werd gezamenlijk gelezen, kort samengevat en willekeurig kregen leerlingen de beurt om steeds kort samen te vatten wat zij hadden gelezen. Ik vond dat de leerlingen goed de aandacht voor de leraar hadden en daadwerkelijk serieus bezig waren.

Het tweede uur stond Nederlands op het programma. De leerlingen waren hier een stuk drukker. Tijdens deze les gedroegen de leerlingen zich heel anders ten opzichte van de les Engels. De start was erg goed. De docent stond bij de deur en zei elke leerling enthousiast gedag. Hij begon de les met een krant en stelde een paar vragen. Deze vragen vertaalde hij goed naar het boek, namelijk de theorie. De leerlingen hadden zijn aandacht. Toen ging het mis. Ik zag ook gelijk waar het misging. De leerlingen moesten zelf het huiswerk nakijken. Deze werkvorm zorgde voor een drukte in de klas. Veel leerlingen gingen kletsen en een paar gingen op hun telefoon kijken. Vervolgens gaf de docent veel werk op, waar de leerlingen zelfstandig aan de slag moesten. Het werk dat niet af was, zouden ze als huiswerk op krijgen. De docent wilde hiermee de leerlingen motiveren om in de klas alvast het werk te doen. Aangezien het veel was. Het werkte averechts, want er kwam juist ophef. De leerlingen deden nu helemaal niks meer. Bij nader inzien gaf de docent een mededeling dat ze maar een paar opgaven hoefden te maken. Opgelucht vertrokken de leerlingen naar de kantine voor een uurtje pauze.

Het vierde uur had deze klas economie. Het leukste vak, namelijk het vak dat ik wil geven. Het was mijn oude docent, dus ik wist wel een beetje hoe hij les zou geven. Het was nu juist interessant om echt als aankomend docent te kijken in plaats van als een leerling. Ook hier waren de leerlingen druk.  De drukte die tijdens de les Nederlands was ontstaan, namen ze mee naar deze les. De docent was goed in staat om een veilige en rustige omgeving te creëren. Het bleef echter best rumoerig, maar de leerlingen deden goed hun werk. We begonnen met mededelingen over cijfers vervolgens werd de stof uitgelegd en mochten de leerlingen aan het werk. Voor je het wist was het uurtje al weer voorbij. Op zich hadden zij erg goed gewerkt en goede cijfers gescoord. Het vijfde uur liep ik met een vierde klas mee. Opvallend was dat deze docent steeds zijn hand gebruikte om de klas stil te krijgen. Het werkte super goed.

De laatste twee lessen was een geschiedenisles aan een drie havo klas. Je merkte gelijk dat het een andere soort klas was ten opzichte van het vwo. Langzaam en rumoerig kwamen zij binnen. Zoals elke keer ging ik achterin zitten, zodat ik het overzicht had op de hele klas. Leerlingen hebben niet het lef om naast een vreemde te zitten. Toch was één meisje naast mij komen zitten. ‘Ben je de nieuwe stagiaire of docent’ vroeg dat meisje. Ik kom gezellig naast je zitten zei ze heel enthousiast. Ik moest lachen en vond het wel leuk. Ik zei tegen haar je bent de eerste die het lef heeft om naast mij te zitten vandaag.

De docent bij de geschiedenisles heeft mij vroeger ook les gegeven. Ik vond zijn lessen altijd erg inspirerend en leuk. Hij verwelkomde me warm en hartelijk tijdens de les. Aan het begin van de les hadden de leerlingen nog geen aandacht voor de docent maar dit veranderde snel. En alle ogen waren gericht op hem.

Er werd structuur gebracht in de les doordat het programma op het bord werd geschreven. Om de leerlingen rustig te krijgen was hij consequent en streng. De leerlingen moesten zelf het werk nakijken. Hij maakte duidelijk oogcontact en liet door zijn oogcontact blijken dat hij de leerlingen in de gaten hield. Daarna ging de les door met het bespreken van de stof. De leerlingen waren nieuwsgierig en durfde voor de groep te spreken. De les was interactief met veel inbreng van de leerlingen. De leraar was in staat om de leerlingen volledig bij de stof te betrekken. Sommige momenten was ik ook mijn aandacht kwijt doordat ik naar de stof luisterde in plaats van het volgen van mijn observatieformulier. Waar een blokuur is ingeroosterd, betekent vijf minuten pauze. Ook hier was dat het geval. Ik twijfelde om even een slokje water te drinken, maar ik vond het wel interessant om te kijken hoe de leerlingen hun pauze vervulde. De ene leerling nam aantekeningen over en andere leerlingen gingen één voor één naar de wc.

Na de pauze bekeken de leerlingen een documentaire. De docent verliet voor een kleine tien minuten het lokaal. Sommige leerlingen verloren toen de aandacht. Maar het was niet extreem druk. Wanneer de docent terug kwam, zette hij het filmpje kort stil om aan te geven dat hij er vanuit gaat dat hij een derde klas kan vertrouwen zonder een leraar. Dit incident was me bijgebleven. Na de les ging ik vragen waarom hij dat deed. Deed hij dat met opzet?  Ten eerste heeft hij de documentaire al vaak genoeg gezien. Daarnaast gaf hij aan dat hij op deze wijze de leerlingen een stukje vertrouwen probeert mee te geven. Of het werkt daar kom je niet gelijk achter. Maar dit punt vond ik erg interessant. Je hebt verschillende manieren om indirect de leerlingen bewust te maken betreft hun zelfstandigheid.

De les eindigde met het bedenken van de mogelijke toetsvragen. Volgende keer laat de docent de leerlingen een spiekbriefje maken. Dat zij het niet mogen gebruiken is iets anders. Op deze wijze gaan leerlingen nadenken wat belangrijk is om te weten voor de toets.

Ik vond het eigenlijk erg leuk dat ik een  dagje kon meelopen op mijn oude school. Het idee dat ik drie jaar geleden hier nog zat, kan ik me niet meer voorstellen.  Een dagje in de praktijk is veel meer waard dan alleen theorielessen wat betreft een kennismaking met het beroep leraar. Theorie heb je nodig, maar in de praktijk leer je veel meer. De belangrijkste observatiepunten wat ik voor mezelf mee zal nemen is het duidelijk maken van oogcontact, consequent zijn, durven om de leerlingen aan te spreken en het hanteren van verschillende werkvormen heeft een positief effect.

Continue Reading

Minor dag #3 #4

We zijn alweer twee weken verder. Wat vliegt de tijd. Helaas heb ik nog steeds geen stage plek. Je leert het meest door in de praktijk bezig te zijn. Uitleg krijgen over hoe je het moet doen is allemaal leuk en aardig, in de praktijk gaat het toch vaak anders.

Wat heb ik de afgelopen twee weken meegekregen?

Minor dag #3
Op deze dag moesten wij een paar begrippen van effectief leren uitbeelden en uitleggen. Deze begrippen moest in tweetallen worden gepresenteerd. Tijdens het presenteren werden de 6 sleutelbegrippen, 3 vormen van leren en sturingen uitgelegd met behulp van voorbeelden. Al die begrippen hebben in eerste instantie verband met elkaar.

In de middag werden de studenten bewust gemaakt over de houding van de docent. Leerlingen houden  de docent nauw in de gaten tijdens de lessen, ook wat betreft kleding. Wellicht hield jij als scholier ook de kleding van jouw docenten in de gaten.

Wij zijn studenten die een minor in het onderwijs doen. Wij moeten ons gedragen als docenten, maar stiekem gedragen wij ons zeker  als studenten, door geen huiswerk te maken of niet goed voor te bereiden. Het is best veel, waardoor het lastig is om alles op orde te hebben. Het toffe was dat de docent dit op de juiste manier aanpakte. Hij vroeg wie zijn huiswerk af had. De helft wel en de helft niet. Hij vertaalde dit onderwerp gelijk naar onze rol als docent in de toekomst. Hoe zouden wij daarmee omgaan? Het antwoord luidt improviseren en van te voren in gedachten houden hoe je alsnog deze leerling het beste bij de les kan betrekken. Voorbereiding is het halve werk.

Tot slot moesten wij één thema op een flaprol beschrijven op basis van wat wij belangrijk vinden in de rol van een docent. We hadden dit thema in een vorm van een mindmap getekend en gepresenteerd aan de rest van de groep. Mijn groepje vond de veiligheid belangrijk. Je moet als docent een krachtige en veilige leeromgeving kunnen creëren om de leerlingen effectief te kunnen leren.

foto (6)

Minor dag #4

Afgelopen week stond er zoals elke vrijdag veel op het programma. De logopedist kwam langs om ons te vertellen over het stemgebruik, lichaamshouding en op welke wijze je de aandacht van leerlingen kan krijgen. We moesten heel veel lawaai maken en één student moest proberen om de aandacht te krijgen. Dit ging overigens niet makkelijk. Je moest een lage stem gebruiken, vanuit je buik.  Persoonlijk had ik daar veel moeite mee. Blijkbaar heb ik een hoge stem, waardoor ik het lastig vond. Aandachtspunten voor mij zijn dan voornamelijk proberen uit mijn buik en een lage stem gebruiken. Iedereen weet dat schreeuwen geen zin heeft. Je moet je stem goed gebruiken, want als een docent zijn stem kwijt is, dan kan er geen les meer worden gegeven.

Daarnaast moesten we allemaal een mini les in tweetallen voorbereiden. Je moest in een bepaald onderwerp een directe instructie geven. Het mocht niet om je eigen vak gaan. Ik studeer economie, dus dan moet ik een mini les geven over een onderwerp dat niks te maken heeft met economie. Samen met een klasgenoot lieten wij de rest een roos maken van toiletpapier. In het begin vond ik het eng, aangezien ik het zelf via een YouTube filmpje had geleerd. Mijn medestudenten hadden ook hele leuke onderwerpen. We hebben geleerd om hartjes te maken. Deze hartjes kunnen ook als boekenleggers worden gebruikt. Kennismaking met de Spaanse taal en wat is henna, hoe maak je dat. Hieronder zie je een foto impressie van onze creatieve creatie.

miniles fotoDe dag daarvoor was het maken van de roos bij mij nog mislukt. Dus ik was super blij dat de mini les was geslaagd. Vervolgens hebben we elkaar feedback gegeven en dat kunnen wij verwerken in ons portfolio. Vanaf volgende week moeten wij in een intervisie groepje elkaar feedback geven op de ontwikkeling, de vraagstukken of problemen waar de studenten tegen aanlopen. De onderwerpen zullen vaak uit de praktijk komen, namelijk de stageschool.

P.S. Aangezien ik nog geen stageplek heb, ben ik een dagje op mijn oude school geweest. Binnenkort lees je daar meer over. De praktijk ziet er anders uit dan wat je op basis van de theorie probeert voor te stellen.

Continue Reading

Minor dag #2

De vrijdagochtend begon lekker vroeg en het was de tweede dag van mijn minor. De rest van de week waren we vrij. Vanaf  oktober begint de stage.

Waar stond deze ochtend voor?
Het Nederlands onderwijssysteem stond op het programma. Iedereen kent min of meer het Nederlands onderwijssysteem, maar het is altijd handig om het totaal plaatje te weten. De meeste studenten zijn afkomstig van de havo en enkeling van het vmbo. Na de havo/vwo ga je in de meeste gevallen naar het hbo of de universiteit. Maar bij het vmbo ga je naar het mbo. In het mbo heb vier verschillende niveau’s. Minderjarigen die het vmbo afronden zijn verplicht om naar het mbo te gaan. Je moet namelijk minimaal een startkwalificatie bezitten.

Vervolgens werd ons de vraag gesteld; wat zijn de taken van een leraar?
Iedereen kan zich wel bedenken dat een leraar niet alleen lesgeeft. Welke taken heeft een leraar allemaal?
Uiteraard lesgeven, maar deze lessen moeten voorbereid worden. Een leraar moet toetsen nakijken en soms ook surveilleren in de aula en tijdens de toetsweken. Naast deze basistaken moet een leraar vergaderen, bijscholen en voorbereiden voor werkweken. Zo zijn er nog een paar taken. De leraar heeft dus diverse taken.

Tot slot moesten we een ideale school op papier bouwen. Welke doelstellingen vinden wij belangrijk? Wat is het fundament van de school? Mijn groep vond de juiste lesstof, veilige omgeving, de samenwerking, kennis, talentontwikkeling en de gekwalificeerde docenten belangrijk. In eerste instantie vroeg ik me af wat voor toegevoegde waarde deze opdracht zou geven. Nadat we eenmaal de opdracht hadden uitgevoerd, werd ik bewust van een aantal dingen. Deze opdracht maakte mij bewust van het feit dat je in een school niet alleen leraar bent. Maar je zit in één organisatie, waarin je veel moet samenwerken. Elke docent heeft een andere kennis die je samen met elkaar moet delen. Verder wordt je bewust van de mogelijke onderwijskundige doelstellingen. Waar staat een school voor?  Wist jij de missie of visie van jouw middelbare school?

school bouwen

In het begin krijgen we veel theorie voordat we de praktijk in gaan.  Maar vanaf oktober zal de praktijk wellicht anders zijn dan de theorie.

Ben je benieuwd naar mijn minor? Bekijk snel minor dag #1.

Continue Reading

Een start met mijn minor is een feit!

Vrijdag 6 september, de start met mijn minor: ‘een baan in het onderwijs’ is een feit. Het afgelopen jaar heb ik met veel plezier allerlei projecten binnen het onderwijs gedaan. Tevens ben ik werkzaam als bijlesdocent bij Bijlesleraar en Inwijs.

Nu ga ik mijn ervaring in het onderwijs verdiepen en verbreden. Of ik uiteindelijk het onderwijs in wil? Deze vraag laat ik nog graag open. Op dit moment ben ik ontzettend enthousiast en volg ik mijn hart. Wellicht kan ik op deze vraag een beter antwoord geven, nadat ik mijn minor heb afgerond.

We begonnen op een prachtige locatie, namelijk op het Weesperplein. Deze dag was vooral informatief en productief. Er kwamen onderwerpen zoals hoe presenteer je voor de klas, eerste indruk, harde stem en wat we het komend halfjaar kunnen verwachten aan bod. Helaas heb ik na dit halfjaar nog geen lesbevoegdheid.  Deze minor biedt echter wel een versneld traject aan.

Wat ga ik het komend halfjaar ervaren?
In dit halfjaar ga ik kennismaken met het beroep van een leraar. Deze minor is in drie blokken verdeeld. Het eerste blok zal bestaan uit observatie: anderen docenten observeren en daarvan leren. Het tweede blok mag ik in kleine groepen de leerlingen begeleiden samen met mijn stagebegeleider. Tot slot het derde blok, tevens een spannende blok. In dit blok ga ik zelfstandig voor de klas staan. Kortom, in dit komend halfjaar wordt ik klaargestoomd voor de basisvaardigheden van een leraar.

Ben je benieuwd naar mijn ervaringen? Binnenkort meer over mijn belevenissen op mijn blog , so stay tuned!

THEO THIJSSENHUIS

Continue Reading

Opening introductie eerstejaars BKM

Een frisse start op een ander locatie met een nieuw concept. Vanaf dit jaar is de opleiding Bedrijfskunde veranderd. Dinsdag 27 augustus was de opening van de nieuwe opleiding. De introductie was voor de eerstejaarsstudenten.

Voorheen had je twee locaties. Eentje op de wenckebachweg en eentje op de Fraijlemaborg. De ene bood praktijkgerichte kant en de andere bood de theoretische kant van de opleiding. Totdat het management besloot om te clusteren. Met andere woorden één bedrijfskundig opleiding aanbieden op de HvA.

Daar stonden we dan in de ochtend, klaar voor de eerstejaars. De studenten van de andere jaren waren begeleiders voor de eerstejaars. Nu heb ik al twee keer meegedraaid op de introductiedagen, maar moet zeggen dat deze dag anders was.

Ten eerste was het gebouw voor ons allemaal nieuw. Toch moest ik een rondleiding geven, terwijl ik het gebouw niet kende. We liepen in het gebouw zonder enig idee welke kant we op moesten. Gelukkig was ik met een studiegenootje, waardoor ik niet alleen voor gek stond. De volgende dag zijn de eerstejaars naar de Ardennen vertrokken. Ik hoop dat zij een onvergetelijke tijd hebben gehad.

Studeren kan iedereen, maar niet iedereen studeert bewust. Dit was mijn motto voor die dag. Ik was gevraagd om een korte presentatie te geven omtrent studeren. Na lang nadenken wilde ik een boodschap meegeven. Eigenlijk kan deze boodschap in elk scenario worden toegepast. Wat is nou interessant voor een beginnend student?

Uiteindelijk heb ik het volgende meegegeven. Alles wat je doet, doe dat bewust. In dit geval studeer bewust. Om bewust te studeren moet je weten wie je bent, wat je kan en wat je wil doen. Als jij deze drie vragen kan beantwoorden dan zul je niet zo snel een verkeerde keuze maken tijdens het studeren. Deze vragen kan je makkelijk beantwoorden, maar het gaat erom dat jij gaat nadenken over je kwaliteiten, interesse en passie? Tevens houd je rekening met je zwaktepunten. Dit klinkt heel logisch, maar niet iedereen doet dit. Ik ben hier een goed voorbeeld. Na twee jaar kan ik pas zeggen:  ‘ik studeer bewust.’

Laat het nieuwe studiejaar en de maand september beginnen met nieuwe kansen<3

Education

Continue Reading

Mijn droom voor Nederland

Mijn droom voor Nederland is het behouden van zijn eigen identiteit. Nederland laat je niet meesleuren door Europa. Wij zijn al een klein land. Het is niet erg dat wij tot de EU behoren. Dat maakt ons economisch alleen maar sterker. Daarentegen moeten we onze taal, cultuur en identiteit niet vergeten. Europa vraagt steeds meer van ons. Een hedendaagse probleem is de economie kapot bezuinigen om alleen aan de 3% norm te voldoen. Wat gaat dit Nederland allemaal kosten? Onderwijs wordt minder toegankelijk om maar is op te noemen. Mijn droom voor Nederland is dat Nederland zich niet laat kisten door de EU. Wij moeten juist ons ware identiteit laten zien en bewijzen dat een kleine land veel potentie heeft. Laat zien hoe Nederland het onderwijs toegankelijk houdt voor iedereen. Daarnaast schaaf je de regels wat bij, waardoor je de mensen aanpakt die misbruik maakt van de wet. Nederland blijf je onderscheiden.

Continue Reading

Ben jij een student en wil je geld verdienen?

Ben jij een student en wil je geld verdienen? Vind je het leuk om met mensen te werken?

Dan is het bedrijf xs2learn wellicht iets voor jou?

Het bedrijf xs2learn biedt bijles en huiswerkbegeleiding op maat. Een bijbaan die je naast de studie prima kan combineren. Het bedrijf is wat dit betreft ook heel flexibel. Jij bepaalt zelf de plek en de tijden samen met de leerling. Het bedrijf  is actief in veel regio’s. Denk aan Amsterdam, Aalsmeer, Den haag en zelfs in Alkmaar. Dus als je niet in Amsterdam woont geen ramp, deze unieke service wordt ook in andere steden aangeboden.

Het is een jong en groeiende bedrijf die steeds opzoek is naar nieuwe bijlesdocenten. Je kan bijles geven aan basisschoolleerlingen maar, ook aan middelbare scholieren of zelfs aan studenten. Xs2learn is ook opzoek naar bijlesdocenten voor de studenten die moeite hebben met vakken als statistiek en engels. Daarnaast verdien je gemiddeld €10 euro per uur.

Heb je interesse kijk snel op de website xs2learn!

Continue Reading

De leukste tijd van je leven

Wellicht heb je vaak gehoord dat het studentenleven de beste tijd van je leven is. Ik hoorde dit op de basisschool, op de middelbare school en natuurlijk nu nog steeds. Daarentegen vroeg ik mezelf af: ‘Heb ik de beste tijd van mijn leven?’ Wat wordt er bedoeld met de beste tijd van je leven?

Persoonlijk vond ik het eerste jaar verschrikkelijk. Het eerste halfjaar was erg zwaar. Zo zwaar dat ik de neiging had om te stoppen. Mijn project nam veel tijd en energie in beslag. De energie die ik op een gegeven moment niet meer kon opbrengen. Ik was de kerstvakantie kwijt aan mijn project. Mijn groepsgenoten waren gestopt. Kortom, allemaal ellende. Totdat ik het project afrondde met een prachtig cijfer. Inzet en hard werken werd beloond. De voldoening gaf mij weer energie.  Ik stapte toen over naar een ander opleiding. In hoop dat ik het nu wel naar mij zin zou hebben.

Inmiddels zit ik mijn tweede jaar en ik besef dat de beste tijd van mijn leven eigenlijk nog moet komen. Het begint pas. Als je begint met studeren heb je als een beginner nog veel te leren. Je bent vaak nog zoekend naar je doel. Wat wil je bereiken?  Of beter gezegd wat wil je bereiken met de studie die jij doet. Voel jij je thuis? Is dit de basis die je in de toekomst zal helpen? Deze vragen spelen een rol als eerstejaarsstudent.

Zodra ik in mijn tweede studie jaar terecht kwam. Ging er een wereld voor mij open. Ik zit goed op mijn plek, bij de juiste studie en ik weet waar ik heen wil. Ik kies de weg die mij bevalt. De keuzes die ik nu maak rondom de studie en de activiteiten naast de studie zorgen ervoor dat ik het naar mij zin heb.

Elk student heeft een minor en stage. Deze twee ervaringen kan jou onderscheiden van de andere studenten. Mijn boodschap naar elke student is. Studeren is niet alleen verplichtingen nakomen. Maar kijk verder, verleg je grenzen en doe wat jij leuk vindt, waar je hart naar toe gaat. Dan pas ben je aan het studeren. Met het motto: ‘studeren is de leukste tijd van je leven’.

studeren

Continue Reading

Worshops op de UvA deel II

Op donderdag 31 januari mocht ik het tweede gedeelte van de workshops volgen. Deze dag stonden drie workshops op het programma. Het lesgeven aan pubers, werken met het smartboard en de zeven basisvaardigheden van de docent.

Het lesgeven aan de pubers was een hele informatieve workshop. Hier werd het een en ander uitgelegd over pubers. Hoe zij denken, waar zij mee zitten en hoe emotioneel zij kunnen zijn. Bij pubers speelt de peergroup een grote rol. Peergroup wordt getypeerd als groep van gelijken. Voor het eerst in het leven wordt de peergroup belangrijker dan je eigen gezin. Hierbij kan je denken aan pubers rond de 14 jaar. Daarnaast komt het pestgedrag bij pubers vaak voor. Vooral pubers die zelf zwak zijn of gepest zijn, pesten de anderen. Social media geeft ook stress. In dit geval gaat het vooral om macht. Wie heeft de meeste macht. Dit geldt overigens ook in de lessen. De leerlingen zitten in de fase om grenzen te verkennen. Op die manier testen zij ook docenten in hoeverre zij de macht kunnen grijpen. In dit geval is het belangrijk om dit met tactiek aan te pakken. Ook als er ongewenst gedrag in de klas plaatsvindt, moet je de leerlingen gelijk aanspreken. Je kan gevoelens niet sturen, maar het gedrag wel. Daarnaast zijn leerlingen goed in het verplaatsen van aandacht. Als jouw les wordt gestoord door een leerling en vervolgens spreek jij die aan. Dan hebben de leerlingen al snel de neiging om de ander te verwijten. “Ja maar die praat ook of waarom moet u mij hebben’. Als je als docent hier niet op voorbereidt bent, dan verlies je de orde in de klas. Een simpele manier is om de leerling aan te spreken hoe ver ben jij met je werk. Op deze manier krijg je de leerling weer aan het werk en vermijd jij een confrontatie. Er komen zeker momenten voor dat een leerling gewoon weigert om iets te doen. Denk aan een schooltrip waar een leerling koekjes laat vallen in de bus. Vervolgens zie jij dat als docent en spreekt de leerling aan om het op te rapen. En die weigert het. Dit is best een lastige situatie. Op dit moment kan jij de hele groep aanspreken. ‘Totdat de koekjes niet opgeraapt zijn, verlaat niemand de bus.’ Door gemeenschappelijk iedereen verantwoordelijk te stellen, gaan de anderen leerlingen die leerling aanspreken die koekjes liet vallen. Op deze manier wordt er druk op hem gelegd om toch de koekjes op te rapen. Al dit soort kleine trucjes werd ons verteld in deze workshop.

Daarnaast kregen wij ook tips mee over non verbale en verbale communicatie. Ten eerste moet je de klas aankijken. Probeer oogcontact te zoeken, laat merken dat vrijwel niks je ontgaat. Stap op de bron van onrust af of ga er dichterbij staan. Spreek storend gedrag aan en wees consequent. Dat is heel belangrijk. Als jij steeds verschillende dingen gaat zeggen, dan prikken de leerlingen daar snel doorheen. Waar je ook rekening mee moet houden is dat pubers heel erg uitstellen. Maar dat uitstelgedrag kan ook betekenen dat de pubers bang zijn om beoordeeld te worden. Pubers begrijpen vaak de tekst niet, omdat zij die woordenkennis niet beschikken. Ik verbaasde me dat de leerlingen de tekst niet begrijpen omdat zij minimaal 90% van de woorden moeten kennen om de tekst te begrijpen. Tot slot zijn de structuur in je lessen heel belangrijk.

De tweede workshop die ik mocht volgen was het werken met het smartboard. Deze workshop ervaarde ik niet heel nuttig. Je kreeg uitleg over hoe je met smartboard omgaat. Op de middelbare school heb ik zelf nog mijn eigen docenten zien werken met het smartboard. Ik zou het in principe een of twee keer moeten uitzoeken en daarna weet ik mijn weg wel te vinden. Deze workshop is vooral handig voor de mensen die niet zo handig zijn met computers. Hier werd ons alles van a tot z geleerd. Het begon met hoe je een smartboard moest opstarten tot het afsluiten van een smartboard.

De laatste workshop was de zeven basisvaardigheden van een docent. Deze workshop was puur een introductie naar de mogelijke strategieën die een docent kan toepassen. Eigenlijk was ander half uur veel te weinig. We hebben alleen twee basisvaardigheden kunnen bespreken. In het kort ging de workshop over hoe de leerlingen het beste de stof onder de knie kunnen krijgen. Wat voor soort vragen moet je stellen. Een ding wat je niet moet doen is een leerling confronteren met een vraag. Daardoor gaan de rest van de leerlingen niet meer nadenken. Zij denken oh die heeft de vraag voor zijn kiezen, wij zijn niet de pineut. Vragen stellen is dus de eerste essentiële vaardigheid van een docent. De andere zes basisvaardigheden zijn directe instructie, onderwijs leer gesprek, zelfstandig werken, samenwerkend leren, vragen helpen en verhaal vertellen. Deze workshop was vooral bedoeld om ons een indruk te geven over de manier van lesgeven. Een waardevolle workshop!

Bekijk hier: UvA Workshops deel I

Continue Reading

Workshops op de UvA deel I

Afgelopen week heb ik een paar workshops over het onderwijs op de UvA mogen volgen. Vanuit Inwijs (een advies- en begeleidingsbureau voor het onderwijs) mocht ik kosteloos deelnemen aan de workshops. Deze workshop waren bedoeld voor beginnende docenten. Waar loop jij als beginnende docent tegen aan? Wat moet jij weten over puber gedrag. Wat zijn de basisvaardigheden van een docent. Dit soort onderwerpen kwamen aan bod.

Op woensdag 30 januari heb ik deze workshops 10 werkvormen en uhh!? Wat bedoelt u!? gevolgd. Elke workshop duurde ander halfuur.  De workshop 10 werkvormen was erg nuttig. Je kreeg met 10 verschillende werkvormen te maken. Doordat wij zelf die werkvormen mochten uitvoeren, hebben wij ervaren hoe het voelt om dit soort werkvormen te doen. Sowieso is het essentieel van belang dat docenten complimenten geven aan leerlingen. Door het geven van complimenten, geef je de leerlingen een beetje zelfvertrouwen. Petje op/af. Daarnaast kan je leren door observeren. Als je leerlingen aan het werk zet en twee leerlingen laat observeren hoe die leerlingen het doen. Bij het introduceren van een nieuw onderwerp of thema kan een woordspin handig zijn. Zo ontstaat er een interactieve werkvorm en je test gelijk het niveau van de leerlingen. Denken, delen en uitwisselen kan leiden tot een goede samenwerking. Je laat de leerlingen eerst zelfstandig nadenken en opschrijven, zodat iedere leerling eerst zelf nadenkt. Dan laat je de leerlingen in groepjes van twee of vier dit bespreken. Zo leren ze van elkaar en hoef jij als docent niet iedere leerling persoonlijk af te gaan. Op deze manier kregen wij inzicht in verschillende soorten werkvormen, die je ook samen kan integreren. Zo kan je de les lekker interactief maken. Het delen van onze ideeën zorgde ook voor andere soorten werkvormen. Verder hebben wij werkvormen gehad als handvol begrippen, kaartjes opdracht en fouten analyse. Je geeft de leerlingen een tekst, waar zij de fouten moeten opsporen. Het is heel belangrijk dat de leerlingen weten hoeveel fouten er in de tekst zitten. Anders gaan zij in elk woord een fout opsporen en dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Tot slot is er ook een hele makkelijke methode om je zelf te testen. One minut paper.  Je laat de leerlingen op een papier kort opschrijven wat zij goed vonden gaan en of zij na de les een vraag hebben over de les. Zo kun jij snel testen of jij je doelen hebt behaald die je had voorgenomen. De kracht van de feedback. Het was een interessante workshop en de tijd vloog voorbij.

De tweede workshop was de uhh!? Wat bedoelt u!? Wederom een inspirerende workshop. Deze man leerde ons in een ander halfuur een klein beetje Arabisch. Ik verbaasde me op de manier hoe hij het deed. Hij zei een woord in het Arabisch en deed het voor. Vervolgens moesten wij dat nadoen. Deze instructie vorm wordt wel de gebiedende wijs genoemd. We zaten in een kring. De docent deed het eerst voor, bijvoorbeeld ga zitten en opstaan. Dat ging hij een paar keer herhalen. ‘Sahar gliss’ (Sahar opstaan), ‘Sahar dor’ (Sahar draai een rondje). Op deze manier begreep je wat hij vertelde in een andere taal. Het was best grappig, want als iemand het even niet meer wist, begonnen we met ze allen te lachen. Tuurlijk onthoud je niet alles, maar ter introductie naar een vreemde taal is dit een goede methode. De tweede vorm van instructie was meer interactiever. Hierbij moest je gaan antwoorden in het Arabisch. Deze instructie wordt response genoemd. Persoonlijk vond ik deze workshop pittig. Je moest je aandacht volledig bijhouden, veel nadenken en in korte tijd reproduceren wat de docent vertelde. Het ging om korte fragmenten als jezelf voorstellen. Het vereiste veel concentratie, maar het is wel een manier om een vreemde taal snel op te pikken. Je kan het zien als een baby die de taal nog moet leren. Als ouders doe je het kind voor wat je wil dat zij gaat zeggen. Dat herhaal je als ouder ook steeds. Dit principe wordt ook hier gehanteerd. De derde vorm van instructie was instructie geven in woorden wat je moet doen. In dit geval moesten wij een tekening maken. Dit vond ik het lastigste onderdeel. Iemand gaf een instructie hoe je iets moest tekenen. Dat werd twee keer gedaan. De eerste keer mocht er door het publiek geen vragen worden gesteld. De tweede keer mocht dit wel. Het verbaasde mij juist dat bij vragen stellen verwarring ontstond. De eerste keer werd er door de meerderheid goed getekend. Wanneer er vragen gesteld werden, wekte dat bij anderen juist verwarring. Hier komt communicatie bij kijken. Je denkt het goed te verwoorden, maar dat wil niet zeggen dat bij de anderen het kwartje valt.

Deze workshops waren georganiseerd voor de studenten die zich hebben ingeschreven voor de 1e graadslerarenopleiding. Deze workshops kan je als een startpunt zien voor de studenten die later een rol als docent zullen vervullen. Een mooi ervaring, waarvan ik heb mogen genieten.

Continue Reading