Eerste stagedag gelijk al voor de klas

Lieve lezers,

Afgelopen week was ik helaas niet zo lekker, maar gelukkig gaat het nu al weer een stuk beter. Dus tijd voor een nieuw artikel! Naast het feit dat ik ziek was, ging mijn stage gewoon door. Vorige week donderdag was mijn eerste stagedag een feit! Die dag stond ik gelijk al voor de klas. Ben je benieuwd naar mijn belevenis? Lees dan snel verder.

Donderdag 31 oktober dacht ik rustig te kunnen beginnen, maar ik mocht gelijk al kennismaken met de hectiek van het onderwijs. Een docent was ziek, waardoor derdejaarsleerlingen te veel tussenuren zouden hebben. Om deze reden werd ik gevraagd of ik die les wilde geven. In eerste instantie schrok ik. De vakkennis die heb ik, maar ik had tijd nodig om de les voor te bereiden, wat ik niet had. Gelukkig gaven de leerlingen aan dat zij wilden oefenen voor een examen. Uiteindelijk moest ik die leerlingen opvangen en zorgen dat zij zelfstandig of samen aan het werk gingen.

Daar stond ik dan voor de klas. Ik koos ervoor om te focussen op de interpersoonlijke en pedagogische kant. In de literatuur heb ik al veel gelezen wat betreft beginnersfouten. Een docent wil aardig gevonden worden, waardoor je dan dingen toestaat. Ik wilde deze fout niet maken en probeerde op een positieve manier de leerlingen te corrigeren.  De leerlingen waren hartstikke goed aan het werk, zij hadden namelijk een doel. Het behalen van het examen. Overigens het was mijn vakgebied. Ik kon ze heel goed op weg helpen. Daarnaast heb ik ook een telefoon afgepakt, met humor uiteraard! Na een uur mochten de leerlingen van mij weg, ze hadden zo goed gewerkt. Toen die leerlingen weg waren, dacht ik, voor de eerste les zonder voorbereiding ging dit uitstekend. De leerlingen accepteerde mij en doordat ik mijn grenzen in het begin goed aangaf, wisten de leerlingen hoe ver ze konden gaan.

Na deze les realiseer ik hoe belangrijk het is om consequent te zijn. Het doel kenbaar maken was in dit geval niet nodig. De leerlingen hadden een doel. Deze twee dingen zorgde ervoor dat de les goed verliep. Ik sprak de leerlingen wel aan op hun gedrag, maar mijn aandachtspunt voor de volgende keer is dat ik niet te veel moet nadenken. Gewoon aanspreken, aangezien de leerlingen aan mijn regels moeten houden.

Ter afsluiting: een leerling vroeg hoelang ik al les geef. Ik wist even niet hoe ik die vraag moest beantwoorden. Ik kan moeilijk zeggen dat het de eerste keer is. Uiteindelijk heb ik tegen de leerling gezegd dat ik een derdejaarsstudent ben en niet full-time in het onderwijs werk. Op deze vraag kan ik niet een duidelijk antwoord geven. De leerling knikte vaag:’ oké mevrouw.’ De volgende dag kreeg ik van mij college te horen dat de leerlingen heel blij waren met de les. Er is niks leuker dan een compliment ontvangen van de leerlingen <3

eerste dag gelijk voor de klas

Continue Reading

Minor dag #6 en #7

Minor dag #6

De kwaliteit van de vragen stellen zelf heeft invloed op de kwaliteit van het onderwijs. Dit was het onderwerp in de ochtend. Vorige les hadden we het over verschillende lesfases. We gingen met dit thema door, maar dan een stapje verder. Wat voor vragen stel je aan de leerlingen?

Je hebt lage-orde en hoge-orde vragen die binnen vier leerniveaus passen: onthouden, begrijpen, integreren en creatief toepassen. Begrijpen en integreren hoort bij lage-orde vragen en bij hoge-orde vragen ben je in staat om de theorie te integreren en creatief toe te passen. Wist je dat als je een tekst leest dat je maar 10% onthoudt. Maar als je in staat bent om de theorie uit te leggen aan je klasgenoten dan onthoudt je 85%.

Het onderdeel pedagogiek was voornamelijk om onze ervaringen uitwisselen betreft de stage. Sommigen hebben nog geen plek en sommigen zijn al op gesprek geweest. Wat je niet moet onderschatten is dat als je in opleiding bent als leraar, dan ben je continu jezelf aan het reflecteren. Elke handeling die je doet, moet je reflecteren, want dan wordt je een bekwame docent. Een docent die bewust is van zijn eigen kennen en kunnen. Dit klinkt allemaal logisch, maar ik moet heel erg wennen aan het feit dat je alles op papier moet zetten en bewijzen over alles wat je doet.

Een cultuurshock zo beschrijft de docent onze reacties op dat moment. Ik heb heel vaak gehoord dat een docent niet alleen lesgeeft, maar ook veel papierwerk heeft. Langzamerhand besef ik wat daar mee wordt bedoeld. Aan de andere wordt je bewust van wat je doet door steeds te reflecteren.

Je maakt een persoonlijk ontwikkelingsplan en persoonlijk activiteitenplan. Hierop ga je steeds reflecteren en kijken wat je beter kan doen. Wat heb je hiervoor nodig? Observatieformulieren, literatuur, en je werkplek. Wij moeten ons voorbereiden op zelfsturing.

minor dag #7
Diversiteit, straatcultuur, cultuur en normen & waarden waren de onderwerpen waarmee we startten. Wat is diversiteit en wat betekent dat in het onderwijs? Hoe ga je daarmee om? Het was een korte les waar we vliegensvlug door heen gingen. We keken naar de verschillende culturen van diverse landen. Bijvoorbeeld Suriname is heel autoritair. Daar spreken ze elkaar alleen maar met u aan.

De middag bijeenkomst was een intervisiebijeenkomst. Een intervisiebijeenkomst is een bijeenkomst met een groepje waar je dan je eigen ervaringen en problemen bespreekt. Als je ergens tegenaan loopt kan je dat in deze bijeenkomst bespreken. Door middel van verschillende methodes helpen we elkaar om tot een oplossing te komen. Wij keken deze bijeenkomst naar elkaar’s portfolio, observatieformulieren en de persoonlijk ontwikkelingsplan/ persoonlijk activiteitenplan.

Last but not the least: na de herfstvakantie mag ik ook beginnen aan mijn stage! Mijn stage in Zaandam is een feit. Binnenkort lees je daar meer over. Voor nu genieten van het weekend 🙂

Continue Reading

Honoursprogramma Kennismanagement

Het komend jaar volg ik het honourstraject kennismanagement. Dit programma bestaat uit theorielessen kennismanagement waarbij een gedeelte liberal arts bij komt kijken. Tot slot gaan wij via een opdrachtgever onderzoek doen dat gerelateerd is aan het kennismanagement.

Wat is kennismanagement (KM) en wat verstaan wij hieronder. Social media en het bloggen zijn een van de onderwerpen die aan bod komen. Kennis delen via social media is erg hot in het onderwijs. De laatste tijd zie je veel blogs en tweets over kennisdelen via social media. Twitter is onder andere een heel belangrijk medium om kennis te vergaren. Kennis delen en inspireren zijn een van de begrippen die bij KM behoren. In dit traject gaan wij individueel op zoek naar wat kennismanagement voor ons betekent en dat gaan wij delen door middel van een blog en natuurlijk is Twitter hierbij een handige medium.

Wellicht zijn jullie benieuwd naar het onderzoek voor het kennismanagement. Op 22 oktober hadden wij een bijeenkomst met glamourmanifest, onze opdrachtgever. Het is ontzettend gaaf dat wij de kans krijgen om voor een echte opdrachtgever aan de slag te gaan.

Wat is glamourmanifest?
Glamourmanifest is het onafhankelijke en integrale platform voor real-time gebiedstransformatie, waarbij alle stakeholdergroepen geactiveerd en verbonden worden. Zij zijn exclusief gecommitteerd aan kantorengebied Amstel III in Amsterdam Zuidoost om hier een levendig en aantrekkelijk stedelijk gebied van te maken. Amstel III is daarmee direct een levend laboratorium voor nieuwe, breder toepasbare theorieën en werkwijzen (www.glamourmanifest.nl).

glamourmanifest-titel sprankelend zuidoost

Met andere woorden glamourmanifest houdt zich bezig met het zoeken naar oplossingen voor het gebied van Amstel III. Het probleem van leegstaande kantorengebied is een bekend fenomeen. Het gebied in Amstel III is zo opgezet dat het wonen en werken gescheiden is. Om deze reden is er in dat gebied een 9-5 mentaliteit ontstaan. Onze opdracht is om dat te doorbreken. Het gebied moet levendiger worden. Zodat het gebied aantrekkelijk wordt voor de mensen die daar werken of willen gaan werken.

Dit is de startfase, om deze opdracht succesvol te maken, moet het vraagstuk goed worden afgebakend. Na de meeting van gister zijn veel vragen opgehelderd, waardoor ik het project als een grote uitdaging zie om het succesvol te maken met mijn andere honoursstudenten.

Wat wil ik uit dit traject halen?
Dit traject sprak mij aan vanwege mijn interesse in het onderwijs. Het delen van kennis en het overbrengen van kennis via social media, komt steeds meer in beeld. Ik wil meer uit deze tools halen en deze kunnen inzetten om mijn doelen te behalen. Kennismanagement is een breed begrip en door dit traject wil ik een eigen betekenis en visie vormen.

Continue Reading

Minor dag #5

Normaal begint de vrijdag met het onderdeel didactiek maar dit keer begonnen we met pedagogiek. De ochtend begon met het uitwisselen van onze ervaringen betreft de stage. Wie heeft al een stageplek en wie niet. Waar lopen we tegenaan. Het was interessant om naar andermans ervaringen te luisteren. Ik heb bijvoorbeeld nog geen stageplek en ben nog steeds in contact. Twee studenten hadden wel stageplekken, waarvan één de maandag gelijk al zelf les mag geven.

Op een flapover moesten wij de belangrijkste aandachtspunten (competenties) als leerkracht beschrijven waar we deze week aan de gang mee willen gaan. Alles wat je benoemd, moet je kunnen beargumenteren op basis van je wat je mee hebt gemaakt. We zijn vaak niet bewust wat we doen of waar we heen willen. Je stelt doelen vooraf of aandachtspunten waar je denkt dat je niet in goed bent. Wees bewust dat de meeste doelen die vooraf worden gesteld vaak gaan op basis van je gevoel. De doelen die ik had opgeschreven waren het volgende: een neutrale houding aannemen tegenover de leerlingen.

In de middag moesten we in tweetallen een lesplan opstellen dat gebaseerd was op de lesfases. Je hebt verschillende lesfases:

1. De aandacht op de doelen van de les richten, deze moeten aansluiten bij de voorkennis die de leerlingen hebben.  Een voorbeeld van een slechte les: ‘waar waren we gebleven de vorige keer. Begin jij maar op deze blz te lezen. Op deze manier activeer je de voorkennis niet.
2. Leerlingen voorzien van nieuwe informatie van de belangrijkste elementen van het leren/de vaardigheid.  Leerlingen hebben na de les het gevoel dat zij een stuk wijzer zijn geworden.
3. Nagaan of de belangrijkste begrippen en vaardigheden zijn overgekomen. (de leerling altijd actief houden, individuele aanspreekbaarheid)
4. Instructie geven over zelfwerkzaamheid van leerlingen (instructie is belangrijk). Dit is het moment dat chaos kan ontstaan. Wat, waar, hoe en waarom vragen verhelderen, is dan hierbij van belang.  Vooral het waarom is heel belangrijk! De leerlingen geven dan een betekenis aan de leerstof.
5. Leerlingen voorzien van geleide of zelfstandige oefening.
6. Afsluiten van de les door middel van de  kernbegrippen controleren. Om zo te zien of de leerlingen het gesnapt hebben.

Nadat we het lesplan hadden opgesteld moesten we  lesgeven in ongeveer 15 minuten. Niet iedereen zou aan de beurt komen. Stiekem hoopte ik dat ik niet hoefde. Uiteindelijk moest ik toch wel de les geven. Het ging heel goed. Onbewust gaf ik samen met mijn klasgenootje de doelen goed aan, we hadden de voorkennis geactiveerd en de studenten deden enthousiast mee. De meest voorkomende fout die ik maakte was de vraag stellen: snap iedereen de stof nu.  Op deze vraag zullen de leerlingen ja knikken. De vraag is niet effectief genoeg om de leerlingen daadwerkelijk vragen te laten stellen als zij het niet snappen. Om te meten of de leerlingen het snappen zou je willekeurig een leerling kunnen vragen om kort samen te vatten wat degene in deze les heeft geleerd.

Op deze minor leer je niet alleen in het onderwijs lesgeven, maar je leert bewust te worden van je eigen kennen en kunnen. Je leert reflecteren op elke handeling die jij doet en wat voor effect dat heeft op een leerling. Dat is best lastig. Ga bij jezelf maar na, ben je in staat om na elke handeling  te reflecteren en hoelang houd je dat vol? Uiteraard zijn daar sommige daar wel goed in.

Continue Reading

Een dagje meelopen op mijn oude school

Vorige week woensdag mocht ik op mijn oude school terecht voor een paar observatielessen. Op basis van de theorie had ik een observatieformulier gemaakt. Het doel van deze observatie was om de basis houding van een docent in de gaten te houden en wat voor invloed dat heeft op de leerlingen.

Een docent moet over zeven basiscompetenties beschikken: interpersoonlijke competent, pedagogische competent, vakinhoudelijk en vakdidactisch competent, organisatorisch competent, competent in samenwerking met collega’s, competent in samenwerking met de omgeving en competent in reflectie en ontwikkeling.

Mijn focus tijdens deze observatielessen lag op de eerste vier competenties.  Momenteel is het voor mij erg zoeken in dit beroep en om deze reden had ik hele simpele vragen geformuleerd en uitgewerkt in een observatieformulier. Ik was nieuwsgierig naar onder andere hoe de docent omgaat met de leerlingen, op welke wijze de docent betrokken is naar de leerlingen, is de docent in staat om de leerlingen op een effectieve wijze zelfstandig aan het werk te zetten, op welke wijze creëert de docent een veilige werkomgeving en de verschillende werkvormen.

De observatielessen begonnen vroeg, al om half 9. Eigenlijk de standaard tijd. Het was voor mij even aanpoten om er daadwerkelijk om half 9 te zijn. De scholieren weten het niet beter, maar als student raakt je uit je ritme.  Doordat je als student meer de vrijheid hebt om wel of niet lessen bij te wonen. Daarnaast zijn de tijden van de college’s heel anders. Scholieren krijgen deze vrijheid nog niet.

In de ochtend ging ik een vwo derde klas observeren. De eerste les begon met Engels, literatuur lezen. Ik kreeg een warm welkom van mijn oude docent. Introductie als een oud-leerling voelde een beetje raar, maar wel heel fijn dat ik daar nog steeds welkom ben. De docent begon de les goed met interactie en ze was consequent. Zij maakte goed oogcontact en handelde professioneel. De les begon met een mededeling van toetsen en eventuele herkansingsmogelijkheden. Iedere leerling had de aandacht voor de docent. Daarna vroeg de docent waar zij gebleven waren in het boek. Het meten van de voorkennis. Het ging met humor, zij benaderde elk antwoord positief. Daarna kregen de leerlingen de tijd om in tweetallen het verhaal te bespreken. Er was sprake van veel interactie. Het boek werd gezamenlijk gelezen, kort samengevat en willekeurig kregen leerlingen de beurt om steeds kort samen te vatten wat zij hadden gelezen. Ik vond dat de leerlingen goed de aandacht voor de leraar hadden en daadwerkelijk serieus bezig waren.

Het tweede uur stond Nederlands op het programma. De leerlingen waren hier een stuk drukker. Tijdens deze les gedroegen de leerlingen zich heel anders ten opzichte van de les Engels. De start was erg goed. De docent stond bij de deur en zei elke leerling enthousiast gedag. Hij begon de les met een krant en stelde een paar vragen. Deze vragen vertaalde hij goed naar het boek, namelijk de theorie. De leerlingen hadden zijn aandacht. Toen ging het mis. Ik zag ook gelijk waar het misging. De leerlingen moesten zelf het huiswerk nakijken. Deze werkvorm zorgde voor een drukte in de klas. Veel leerlingen gingen kletsen en een paar gingen op hun telefoon kijken. Vervolgens gaf de docent veel werk op, waar de leerlingen zelfstandig aan de slag moesten. Het werk dat niet af was, zouden ze als huiswerk op krijgen. De docent wilde hiermee de leerlingen motiveren om in de klas alvast het werk te doen. Aangezien het veel was. Het werkte averechts, want er kwam juist ophef. De leerlingen deden nu helemaal niks meer. Bij nader inzien gaf de docent een mededeling dat ze maar een paar opgaven hoefden te maken. Opgelucht vertrokken de leerlingen naar de kantine voor een uurtje pauze.

Het vierde uur had deze klas economie. Het leukste vak, namelijk het vak dat ik wil geven. Het was mijn oude docent, dus ik wist wel een beetje hoe hij les zou geven. Het was nu juist interessant om echt als aankomend docent te kijken in plaats van als een leerling. Ook hier waren de leerlingen druk.  De drukte die tijdens de les Nederlands was ontstaan, namen ze mee naar deze les. De docent was goed in staat om een veilige en rustige omgeving te creëren. Het bleef echter best rumoerig, maar de leerlingen deden goed hun werk. We begonnen met mededelingen over cijfers vervolgens werd de stof uitgelegd en mochten de leerlingen aan het werk. Voor je het wist was het uurtje al weer voorbij. Op zich hadden zij erg goed gewerkt en goede cijfers gescoord. Het vijfde uur liep ik met een vierde klas mee. Opvallend was dat deze docent steeds zijn hand gebruikte om de klas stil te krijgen. Het werkte super goed.

De laatste twee lessen was een geschiedenisles aan een drie havo klas. Je merkte gelijk dat het een andere soort klas was ten opzichte van het vwo. Langzaam en rumoerig kwamen zij binnen. Zoals elke keer ging ik achterin zitten, zodat ik het overzicht had op de hele klas. Leerlingen hebben niet het lef om naast een vreemde te zitten. Toch was één meisje naast mij komen zitten. ‘Ben je de nieuwe stagiaire of docent’ vroeg dat meisje. Ik kom gezellig naast je zitten zei ze heel enthousiast. Ik moest lachen en vond het wel leuk. Ik zei tegen haar je bent de eerste die het lef heeft om naast mij te zitten vandaag.

De docent bij de geschiedenisles heeft mij vroeger ook les gegeven. Ik vond zijn lessen altijd erg inspirerend en leuk. Hij verwelkomde me warm en hartelijk tijdens de les. Aan het begin van de les hadden de leerlingen nog geen aandacht voor de docent maar dit veranderde snel. En alle ogen waren gericht op hem.

Er werd structuur gebracht in de les doordat het programma op het bord werd geschreven. Om de leerlingen rustig te krijgen was hij consequent en streng. De leerlingen moesten zelf het werk nakijken. Hij maakte duidelijk oogcontact en liet door zijn oogcontact blijken dat hij de leerlingen in de gaten hield. Daarna ging de les door met het bespreken van de stof. De leerlingen waren nieuwsgierig en durfde voor de groep te spreken. De les was interactief met veel inbreng van de leerlingen. De leraar was in staat om de leerlingen volledig bij de stof te betrekken. Sommige momenten was ik ook mijn aandacht kwijt doordat ik naar de stof luisterde in plaats van het volgen van mijn observatieformulier. Waar een blokuur is ingeroosterd, betekent vijf minuten pauze. Ook hier was dat het geval. Ik twijfelde om even een slokje water te drinken, maar ik vond het wel interessant om te kijken hoe de leerlingen hun pauze vervulde. De ene leerling nam aantekeningen over en andere leerlingen gingen één voor één naar de wc.

Na de pauze bekeken de leerlingen een documentaire. De docent verliet voor een kleine tien minuten het lokaal. Sommige leerlingen verloren toen de aandacht. Maar het was niet extreem druk. Wanneer de docent terug kwam, zette hij het filmpje kort stil om aan te geven dat hij er vanuit gaat dat hij een derde klas kan vertrouwen zonder een leraar. Dit incident was me bijgebleven. Na de les ging ik vragen waarom hij dat deed. Deed hij dat met opzet?  Ten eerste heeft hij de documentaire al vaak genoeg gezien. Daarnaast gaf hij aan dat hij op deze wijze de leerlingen een stukje vertrouwen probeert mee te geven. Of het werkt daar kom je niet gelijk achter. Maar dit punt vond ik erg interessant. Je hebt verschillende manieren om indirect de leerlingen bewust te maken betreft hun zelfstandigheid.

De les eindigde met het bedenken van de mogelijke toetsvragen. Volgende keer laat de docent de leerlingen een spiekbriefje maken. Dat zij het niet mogen gebruiken is iets anders. Op deze wijze gaan leerlingen nadenken wat belangrijk is om te weten voor de toets.

Ik vond het eigenlijk erg leuk dat ik een  dagje kon meelopen op mijn oude school. Het idee dat ik drie jaar geleden hier nog zat, kan ik me niet meer voorstellen.  Een dagje in de praktijk is veel meer waard dan alleen theorielessen wat betreft een kennismaking met het beroep leraar. Theorie heb je nodig, maar in de praktijk leer je veel meer. De belangrijkste observatiepunten wat ik voor mezelf mee zal nemen is het duidelijk maken van oogcontact, consequent zijn, durven om de leerlingen aan te spreken en het hanteren van verschillende werkvormen heeft een positief effect.

Continue Reading

Minor dag #3 #4

We zijn alweer twee weken verder. Wat vliegt de tijd. Helaas heb ik nog steeds geen stage plek. Je leert het meest door in de praktijk bezig te zijn. Uitleg krijgen over hoe je het moet doen is allemaal leuk en aardig, in de praktijk gaat het toch vaak anders.

Wat heb ik de afgelopen twee weken meegekregen?

Minor dag #3
Op deze dag moesten wij een paar begrippen van effectief leren uitbeelden en uitleggen. Deze begrippen moest in tweetallen worden gepresenteerd. Tijdens het presenteren werden de 6 sleutelbegrippen, 3 vormen van leren en sturingen uitgelegd met behulp van voorbeelden. Al die begrippen hebben in eerste instantie verband met elkaar.

In de middag werden de studenten bewust gemaakt over de houding van de docent. Leerlingen houden  de docent nauw in de gaten tijdens de lessen, ook wat betreft kleding. Wellicht hield jij als scholier ook de kleding van jouw docenten in de gaten.

Wij zijn studenten die een minor in het onderwijs doen. Wij moeten ons gedragen als docenten, maar stiekem gedragen wij ons zeker  als studenten, door geen huiswerk te maken of niet goed voor te bereiden. Het is best veel, waardoor het lastig is om alles op orde te hebben. Het toffe was dat de docent dit op de juiste manier aanpakte. Hij vroeg wie zijn huiswerk af had. De helft wel en de helft niet. Hij vertaalde dit onderwerp gelijk naar onze rol als docent in de toekomst. Hoe zouden wij daarmee omgaan? Het antwoord luidt improviseren en van te voren in gedachten houden hoe je alsnog deze leerling het beste bij de les kan betrekken. Voorbereiding is het halve werk.

Tot slot moesten wij één thema op een flaprol beschrijven op basis van wat wij belangrijk vinden in de rol van een docent. We hadden dit thema in een vorm van een mindmap getekend en gepresenteerd aan de rest van de groep. Mijn groepje vond de veiligheid belangrijk. Je moet als docent een krachtige en veilige leeromgeving kunnen creëren om de leerlingen effectief te kunnen leren.

foto (6)

Minor dag #4

Afgelopen week stond er zoals elke vrijdag veel op het programma. De logopedist kwam langs om ons te vertellen over het stemgebruik, lichaamshouding en op welke wijze je de aandacht van leerlingen kan krijgen. We moesten heel veel lawaai maken en één student moest proberen om de aandacht te krijgen. Dit ging overigens niet makkelijk. Je moest een lage stem gebruiken, vanuit je buik.  Persoonlijk had ik daar veel moeite mee. Blijkbaar heb ik een hoge stem, waardoor ik het lastig vond. Aandachtspunten voor mij zijn dan voornamelijk proberen uit mijn buik en een lage stem gebruiken. Iedereen weet dat schreeuwen geen zin heeft. Je moet je stem goed gebruiken, want als een docent zijn stem kwijt is, dan kan er geen les meer worden gegeven.

Daarnaast moesten we allemaal een mini les in tweetallen voorbereiden. Je moest in een bepaald onderwerp een directe instructie geven. Het mocht niet om je eigen vak gaan. Ik studeer economie, dus dan moet ik een mini les geven over een onderwerp dat niks te maken heeft met economie. Samen met een klasgenoot lieten wij de rest een roos maken van toiletpapier. In het begin vond ik het eng, aangezien ik het zelf via een YouTube filmpje had geleerd. Mijn medestudenten hadden ook hele leuke onderwerpen. We hebben geleerd om hartjes te maken. Deze hartjes kunnen ook als boekenleggers worden gebruikt. Kennismaking met de Spaanse taal en wat is henna, hoe maak je dat. Hieronder zie je een foto impressie van onze creatieve creatie.

miniles fotoDe dag daarvoor was het maken van de roos bij mij nog mislukt. Dus ik was super blij dat de mini les was geslaagd. Vervolgens hebben we elkaar feedback gegeven en dat kunnen wij verwerken in ons portfolio. Vanaf volgende week moeten wij in een intervisie groepje elkaar feedback geven op de ontwikkeling, de vraagstukken of problemen waar de studenten tegen aanlopen. De onderwerpen zullen vaak uit de praktijk komen, namelijk de stageschool.

P.S. Aangezien ik nog geen stageplek heb, ben ik een dagje op mijn oude school geweest. Binnenkort lees je daar meer over. De praktijk ziet er anders uit dan wat je op basis van de theorie probeert voor te stellen.

Continue Reading

Minor dag #2

De vrijdagochtend begon lekker vroeg en het was de tweede dag van mijn minor. De rest van de week waren we vrij. Vanaf  oktober begint de stage.

Waar stond deze ochtend voor?
Het Nederlands onderwijssysteem stond op het programma. Iedereen kent min of meer het Nederlands onderwijssysteem, maar het is altijd handig om het totaal plaatje te weten. De meeste studenten zijn afkomstig van de havo en enkeling van het vmbo. Na de havo/vwo ga je in de meeste gevallen naar het hbo of de universiteit. Maar bij het vmbo ga je naar het mbo. In het mbo heb vier verschillende niveau’s. Minderjarigen die het vmbo afronden zijn verplicht om naar het mbo te gaan. Je moet namelijk minimaal een startkwalificatie bezitten.

Vervolgens werd ons de vraag gesteld; wat zijn de taken van een leraar?
Iedereen kan zich wel bedenken dat een leraar niet alleen lesgeeft. Welke taken heeft een leraar allemaal?
Uiteraard lesgeven, maar deze lessen moeten voorbereid worden. Een leraar moet toetsen nakijken en soms ook surveilleren in de aula en tijdens de toetsweken. Naast deze basistaken moet een leraar vergaderen, bijscholen en voorbereiden voor werkweken. Zo zijn er nog een paar taken. De leraar heeft dus diverse taken.

Tot slot moesten we een ideale school op papier bouwen. Welke doelstellingen vinden wij belangrijk? Wat is het fundament van de school? Mijn groep vond de juiste lesstof, veilige omgeving, de samenwerking, kennis, talentontwikkeling en de gekwalificeerde docenten belangrijk. In eerste instantie vroeg ik me af wat voor toegevoegde waarde deze opdracht zou geven. Nadat we eenmaal de opdracht hadden uitgevoerd, werd ik bewust van een aantal dingen. Deze opdracht maakte mij bewust van het feit dat je in een school niet alleen leraar bent. Maar je zit in één organisatie, waarin je veel moet samenwerken. Elke docent heeft een andere kennis die je samen met elkaar moet delen. Verder wordt je bewust van de mogelijke onderwijskundige doelstellingen. Waar staat een school voor?  Wist jij de missie of visie van jouw middelbare school?

school bouwen

In het begin krijgen we veel theorie voordat we de praktijk in gaan.  Maar vanaf oktober zal de praktijk wellicht anders zijn dan de theorie.

Ben je benieuwd naar mijn minor? Bekijk snel minor dag #1.

Continue Reading

Een start met mijn minor is een feit!

Vrijdag 6 september, de start met mijn minor: ‘een baan in het onderwijs’ is een feit. Het afgelopen jaar heb ik met veel plezier allerlei projecten binnen het onderwijs gedaan. Tevens ben ik werkzaam als bijlesdocent bij Bijlesleraar en Inwijs.

Nu ga ik mijn ervaring in het onderwijs verdiepen en verbreden. Of ik uiteindelijk het onderwijs in wil? Deze vraag laat ik nog graag open. Op dit moment ben ik ontzettend enthousiast en volg ik mijn hart. Wellicht kan ik op deze vraag een beter antwoord geven, nadat ik mijn minor heb afgerond.

We begonnen op een prachtige locatie, namelijk op het Weesperplein. Deze dag was vooral informatief en productief. Er kwamen onderwerpen zoals hoe presenteer je voor de klas, eerste indruk, harde stem en wat we het komend halfjaar kunnen verwachten aan bod. Helaas heb ik na dit halfjaar nog geen lesbevoegdheid.  Deze minor biedt echter wel een versneld traject aan.

Wat ga ik het komend halfjaar ervaren?
In dit halfjaar ga ik kennismaken met het beroep van een leraar. Deze minor is in drie blokken verdeeld. Het eerste blok zal bestaan uit observatie: anderen docenten observeren en daarvan leren. Het tweede blok mag ik in kleine groepen de leerlingen begeleiden samen met mijn stagebegeleider. Tot slot het derde blok, tevens een spannende blok. In dit blok ga ik zelfstandig voor de klas staan. Kortom, in dit komend halfjaar wordt ik klaargestoomd voor de basisvaardigheden van een leraar.

Ben je benieuwd naar mijn ervaringen? Binnenkort meer over mijn belevenissen op mijn blog , so stay tuned!

THEO THIJSSENHUIS

Continue Reading

Opening introductie eerstejaars BKM

Een frisse start op een ander locatie met een nieuw concept. Vanaf dit jaar is de opleiding Bedrijfskunde veranderd. Dinsdag 27 augustus was de opening van de nieuwe opleiding. De introductie was voor de eerstejaarsstudenten.

Voorheen had je twee locaties. Eentje op de wenckebachweg en eentje op de Fraijlemaborg. De ene bood praktijkgerichte kant en de andere bood de theoretische kant van de opleiding. Totdat het management besloot om te clusteren. Met andere woorden één bedrijfskundig opleiding aanbieden op de HvA.

Daar stonden we dan in de ochtend, klaar voor de eerstejaars. De studenten van de andere jaren waren begeleiders voor de eerstejaars. Nu heb ik al twee keer meegedraaid op de introductiedagen, maar moet zeggen dat deze dag anders was.

Ten eerste was het gebouw voor ons allemaal nieuw. Toch moest ik een rondleiding geven, terwijl ik het gebouw niet kende. We liepen in het gebouw zonder enig idee welke kant we op moesten. Gelukkig was ik met een studiegenootje, waardoor ik niet alleen voor gek stond. De volgende dag zijn de eerstejaars naar de Ardennen vertrokken. Ik hoop dat zij een onvergetelijke tijd hebben gehad.

Studeren kan iedereen, maar niet iedereen studeert bewust. Dit was mijn motto voor die dag. Ik was gevraagd om een korte presentatie te geven omtrent studeren. Na lang nadenken wilde ik een boodschap meegeven. Eigenlijk kan deze boodschap in elk scenario worden toegepast. Wat is nou interessant voor een beginnend student?

Uiteindelijk heb ik het volgende meegegeven. Alles wat je doet, doe dat bewust. In dit geval studeer bewust. Om bewust te studeren moet je weten wie je bent, wat je kan en wat je wil doen. Als jij deze drie vragen kan beantwoorden dan zul je niet zo snel een verkeerde keuze maken tijdens het studeren. Deze vragen kan je makkelijk beantwoorden, maar het gaat erom dat jij gaat nadenken over je kwaliteiten, interesse en passie? Tevens houd je rekening met je zwaktepunten. Dit klinkt heel logisch, maar niet iedereen doet dit. Ik ben hier een goed voorbeeld. Na twee jaar kan ik pas zeggen:  ‘ik studeer bewust.’

Laat het nieuwe studiejaar en de maand september beginnen met nieuwe kansen<3

Education

Continue Reading

Waar komt de Moederdag vandaan?

Zoals jullie weten is het vandaag Moederdag. Vandaag is de dag dat jij jouw moeder in het zonnetje kan zetten. Of je denkt aan de bijzondere momenten met je moeder. Wat heb jij gedaan? Er zijn natuurlijk allemaal verschillende mogelijkheden. Ik ben zelf door mijn eigen oma verrast met een kaart ter herinnering aan mijn moeder. Dat was heel bijzonder.  Maar waar komt Moederdag oorspronkelijk vandaan?

Moederdag staat in teken van viering van het moederschap. De viering van data verschilt per land. De oorsprong van Moederdag komt al uit het klassieke Griekenland. Rond het jaar 1600 werd het al in Engeland gevierd.  Door het vereren van Rhea, de moeder van de Griekse goden, werd in die tijd een soort Moederdag gevierd: Mothering Sunday. Op deze dag werden de moeders in Engeland vereerd.

De variant verwennen in plaats van vereren is als eerst in Amerika ontstaan. Sinds 1914 wordt Moederdag in Amerika gevierd. Nederland was er ook vroeg bij. Rond 1922 werd het al gevierd, het was alleen nog geen officiële dag. In 1928 werd het een officiële dag.  Nederland kent een hele reeks geschiedenis rond het onderwerp Moederdag.

Mijn mening over Moederdag? Als klein kind heb ik een paar keer Moederdag gevierd. Tot mijn 14e jaar, daarna kon het helaas niet meer. Als ik terugkijk is mijn mening veranderd wat betreft de viering van de Moederdag. Ik vind dat een moeder meerdere keren in het jaar in het zonnetje gezet mag worden. Wat een moeder allemaal voor een kind doet, weten wij pas als wij zelf moeder of vader zijn.  Verwen je moeder meer dan één keer per jaar, dan zal elke moeder zich speciaal voelen en verrast worden. Breng de mooiste momenten met je moeder door, zodat je hier later bijzondere herinneringen aan overhoudt<3

moederdag

Wil jij meer weten over Moederdag? klik dan op deze link:geschiedenis van Moederdag
Bron:http://www.makemyday.org

Continue Reading