happiness

Afgelopen maand heb ik een bijzondere en inspirerende lezing mogen bijwonen. Het ging over het geluk in je leven. Hoe jij je geluk kan opzoeken. De lezing werd gegeven door een psycholoog uit Canada, ook heeft hij de afgelopen week verschillende lezingen gegeven in Amsterdam en Maastricht.

Door middel van deze lezing maakte hij ons bewust over de denkwijze van de mens. Zonder er bij na te denken valt de mens de negatieve dingen meer op dan de positieve dingen. Ga het bij jezelf maar na. Stel je voor dat jij een leuke dag hebt gehad en als er dan ook maar iets misgaat, dan ga jij daar over nadenken. De meeste mensen blijven dan hangen in die negatieve gedachte. Theorie Illusie geeft aan dat onze aandacht sneller de negativiteit zal opvangen. Dit is slechts een theorie, maar in de praktijk komt dat vaak voor. Ik kon mijzelf hier ook in vinden. Als iemand je iets vraagt, dan heb ik vaak de neiging om met iets negatiefs te beginnen. Al is het iets kleins. Dit geldt ook voor ouders. Er is een grote onderzoek gedaan waarbij ouders werden gebeld. Aan de ouders werd het volgende gevraagd: Op het rapport van uw kind staan vier achten en een zeven. Naar welk cijfer kijk je als eerste. De meeste ouders gaven een antwoord dat zij als eerste naar een zeven kijken. Hieruit kan er geconcludeerd worden hoe men als eerste de negativiteit opnoemt. Als je dit zo hoort denk je ‘oh ja natuurlijk.’Je kunt deze lijn van negativiteit ook doortrekken naar dagelijkse dingen. Stel je voor je hebt een nieuwe telefoon, de eerste, tweede en misschien de derde dag voelt die telefoon nieuw. Maar daarna?

Wat wij aan ons zelf zouden moeten veranderen is de denkwijze. Een goede vraag aan je kind kan zijn: wat ging er goed vandaag? Of een vraag beginnen met waar ben jij goed in? Vaak moet men hier langer over nadenken maar op deze manier prikkel je mensen wel om echt op zoek te gaan naar positiviteit. This is the key to your happiness.

Bron: lezing van Tayyab Rashid

http://tayyabrashid.com/

Continue Reading

Worshops op de UvA deel II

Op donderdag 31 januari mocht ik het tweede gedeelte van de workshops volgen. Deze dag stonden drie workshops op het programma. Het lesgeven aan pubers, werken met het smartboard en de zeven basisvaardigheden van de docent.

Het lesgeven aan de pubers was een hele informatieve workshop. Hier werd het een en ander uitgelegd over pubers. Hoe zij denken, waar zij mee zitten en hoe emotioneel zij kunnen zijn. Bij pubers speelt de peergroup een grote rol. Peergroup wordt getypeerd als groep van gelijken. Voor het eerst in het leven wordt de peergroup belangrijker dan je eigen gezin. Hierbij kan je denken aan pubers rond de 14 jaar. Daarnaast komt het pestgedrag bij pubers vaak voor. Vooral pubers die zelf zwak zijn of gepest zijn, pesten de anderen. Social media geeft ook stress. In dit geval gaat het vooral om macht. Wie heeft de meeste macht. Dit geldt overigens ook in de lessen. De leerlingen zitten in de fase om grenzen te verkennen. Op die manier testen zij ook docenten in hoeverre zij de macht kunnen grijpen. In dit geval is het belangrijk om dit met tactiek aan te pakken. Ook als er ongewenst gedrag in de klas plaatsvindt, moet je de leerlingen gelijk aanspreken. Je kan gevoelens niet sturen, maar het gedrag wel. Daarnaast zijn leerlingen goed in het verplaatsen van aandacht. Als jouw les wordt gestoord door een leerling en vervolgens spreek jij die aan. Dan hebben de leerlingen al snel de neiging om de ander te verwijten. “Ja maar die praat ook of waarom moet u mij hebben’. Als je als docent hier niet op voorbereidt bent, dan verlies je de orde in de klas. Een simpele manier is om de leerling aan te spreken hoe ver ben jij met je werk. Op deze manier krijg je de leerling weer aan het werk en vermijd jij een confrontatie. Er komen zeker momenten voor dat een leerling gewoon weigert om iets te doen. Denk aan een schooltrip waar een leerling koekjes laat vallen in de bus. Vervolgens zie jij dat als docent en spreekt de leerling aan om het op te rapen. En die weigert het. Dit is best een lastige situatie. Op dit moment kan jij de hele groep aanspreken. ‘Totdat de koekjes niet opgeraapt zijn, verlaat niemand de bus.’ Door gemeenschappelijk iedereen verantwoordelijk te stellen, gaan de anderen leerlingen die leerling aanspreken die koekjes liet vallen. Op deze manier wordt er druk op hem gelegd om toch de koekjes op te rapen. Al dit soort kleine trucjes werd ons verteld in deze workshop.

Daarnaast kregen wij ook tips mee over non verbale en verbale communicatie. Ten eerste moet je de klas aankijken. Probeer oogcontact te zoeken, laat merken dat vrijwel niks je ontgaat. Stap op de bron van onrust af of ga er dichterbij staan. Spreek storend gedrag aan en wees consequent. Dat is heel belangrijk. Als jij steeds verschillende dingen gaat zeggen, dan prikken de leerlingen daar snel doorheen. Waar je ook rekening mee moet houden is dat pubers heel erg uitstellen. Maar dat uitstelgedrag kan ook betekenen dat de pubers bang zijn om beoordeeld te worden. Pubers begrijpen vaak de tekst niet, omdat zij die woordenkennis niet beschikken. Ik verbaasde me dat de leerlingen de tekst niet begrijpen omdat zij minimaal 90% van de woorden moeten kennen om de tekst te begrijpen. Tot slot zijn de structuur in je lessen heel belangrijk.

De tweede workshop die ik mocht volgen was het werken met het smartboard. Deze workshop ervaarde ik niet heel nuttig. Je kreeg uitleg over hoe je met smartboard omgaat. Op de middelbare school heb ik zelf nog mijn eigen docenten zien werken met het smartboard. Ik zou het in principe een of twee keer moeten uitzoeken en daarna weet ik mijn weg wel te vinden. Deze workshop is vooral handig voor de mensen die niet zo handig zijn met computers. Hier werd ons alles van a tot z geleerd. Het begon met hoe je een smartboard moest opstarten tot het afsluiten van een smartboard.

De laatste workshop was de zeven basisvaardigheden van een docent. Deze workshop was puur een introductie naar de mogelijke strategieën die een docent kan toepassen. Eigenlijk was ander half uur veel te weinig. We hebben alleen twee basisvaardigheden kunnen bespreken. In het kort ging de workshop over hoe de leerlingen het beste de stof onder de knie kunnen krijgen. Wat voor soort vragen moet je stellen. Een ding wat je niet moet doen is een leerling confronteren met een vraag. Daardoor gaan de rest van de leerlingen niet meer nadenken. Zij denken oh die heeft de vraag voor zijn kiezen, wij zijn niet de pineut. Vragen stellen is dus de eerste essentiële vaardigheid van een docent. De andere zes basisvaardigheden zijn directe instructie, onderwijs leer gesprek, zelfstandig werken, samenwerkend leren, vragen helpen en verhaal vertellen. Deze workshop was vooral bedoeld om ons een indruk te geven over de manier van lesgeven. Een waardevolle workshop!

Bekijk hier: UvA Workshops deel I

Continue Reading

Workshops op de UvA deel I

Afgelopen week heb ik een paar workshops over het onderwijs op de UvA mogen volgen. Vanuit Inwijs (een advies- en begeleidingsbureau voor het onderwijs) mocht ik kosteloos deelnemen aan de workshops. Deze workshop waren bedoeld voor beginnende docenten. Waar loop jij als beginnende docent tegen aan? Wat moet jij weten over puber gedrag. Wat zijn de basisvaardigheden van een docent. Dit soort onderwerpen kwamen aan bod.

Op woensdag 30 januari heb ik deze workshops 10 werkvormen en uhh!? Wat bedoelt u!? gevolgd. Elke workshop duurde ander halfuur.  De workshop 10 werkvormen was erg nuttig. Je kreeg met 10 verschillende werkvormen te maken. Doordat wij zelf die werkvormen mochten uitvoeren, hebben wij ervaren hoe het voelt om dit soort werkvormen te doen. Sowieso is het essentieel van belang dat docenten complimenten geven aan leerlingen. Door het geven van complimenten, geef je de leerlingen een beetje zelfvertrouwen. Petje op/af. Daarnaast kan je leren door observeren. Als je leerlingen aan het werk zet en twee leerlingen laat observeren hoe die leerlingen het doen. Bij het introduceren van een nieuw onderwerp of thema kan een woordspin handig zijn. Zo ontstaat er een interactieve werkvorm en je test gelijk het niveau van de leerlingen. Denken, delen en uitwisselen kan leiden tot een goede samenwerking. Je laat de leerlingen eerst zelfstandig nadenken en opschrijven, zodat iedere leerling eerst zelf nadenkt. Dan laat je de leerlingen in groepjes van twee of vier dit bespreken. Zo leren ze van elkaar en hoef jij als docent niet iedere leerling persoonlijk af te gaan. Op deze manier kregen wij inzicht in verschillende soorten werkvormen, die je ook samen kan integreren. Zo kan je de les lekker interactief maken. Het delen van onze ideeën zorgde ook voor andere soorten werkvormen. Verder hebben wij werkvormen gehad als handvol begrippen, kaartjes opdracht en fouten analyse. Je geeft de leerlingen een tekst, waar zij de fouten moeten opsporen. Het is heel belangrijk dat de leerlingen weten hoeveel fouten er in de tekst zitten. Anders gaan zij in elk woord een fout opsporen en dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Tot slot is er ook een hele makkelijke methode om je zelf te testen. One minut paper.  Je laat de leerlingen op een papier kort opschrijven wat zij goed vonden gaan en of zij na de les een vraag hebben over de les. Zo kun jij snel testen of jij je doelen hebt behaald die je had voorgenomen. De kracht van de feedback. Het was een interessante workshop en de tijd vloog voorbij.

De tweede workshop was de uhh!? Wat bedoelt u!? Wederom een inspirerende workshop. Deze man leerde ons in een ander halfuur een klein beetje Arabisch. Ik verbaasde me op de manier hoe hij het deed. Hij zei een woord in het Arabisch en deed het voor. Vervolgens moesten wij dat nadoen. Deze instructie vorm wordt wel de gebiedende wijs genoemd. We zaten in een kring. De docent deed het eerst voor, bijvoorbeeld ga zitten en opstaan. Dat ging hij een paar keer herhalen. ‘Sahar gliss’ (Sahar opstaan), ‘Sahar dor’ (Sahar draai een rondje). Op deze manier begreep je wat hij vertelde in een andere taal. Het was best grappig, want als iemand het even niet meer wist, begonnen we met ze allen te lachen. Tuurlijk onthoud je niet alles, maar ter introductie naar een vreemde taal is dit een goede methode. De tweede vorm van instructie was meer interactiever. Hierbij moest je gaan antwoorden in het Arabisch. Deze instructie wordt response genoemd. Persoonlijk vond ik deze workshop pittig. Je moest je aandacht volledig bijhouden, veel nadenken en in korte tijd reproduceren wat de docent vertelde. Het ging om korte fragmenten als jezelf voorstellen. Het vereiste veel concentratie, maar het is wel een manier om een vreemde taal snel op te pikken. Je kan het zien als een baby die de taal nog moet leren. Als ouders doe je het kind voor wat je wil dat zij gaat zeggen. Dat herhaal je als ouder ook steeds. Dit principe wordt ook hier gehanteerd. De derde vorm van instructie was instructie geven in woorden wat je moet doen. In dit geval moesten wij een tekening maken. Dit vond ik het lastigste onderdeel. Iemand gaf een instructie hoe je iets moest tekenen. Dat werd twee keer gedaan. De eerste keer mocht er door het publiek geen vragen worden gesteld. De tweede keer mocht dit wel. Het verbaasde mij juist dat bij vragen stellen verwarring ontstond. De eerste keer werd er door de meerderheid goed getekend. Wanneer er vragen gesteld werden, wekte dat bij anderen juist verwarring. Hier komt communicatie bij kijken. Je denkt het goed te verwoorden, maar dat wil niet zeggen dat bij de anderen het kwartje valt.

Deze workshops waren georganiseerd voor de studenten die zich hebben ingeschreven voor de 1e graadslerarenopleiding. Deze workshops kan je als een startpunt zien voor de studenten die later een rol als docent zullen vervullen. Een mooi ervaring, waarvan ik heb mogen genieten.

Continue Reading

Een Aanrader voor iedereen

reuniDe Reünie van Simone van der Vlugt heb ik bijna in één keer uitgelezen. Een literaire thriller, dat je tot de laatste bladzijde in
spanning houdt. Het gaat over vriendschap, pesten, depressie, liefde en carrière. Het verhaal is met veel vaart geschreven en het boek is steeds moeilijker weg te leggen. De hoofdpersoon is Sabine die worstelt met het verleden. Het verhaal begint bij een belangrijkste gebeurtenis die in het verleden van Sabine heeft plaats gevonden. Sabine fietste haar beste vriendin Isabelle achterna en verloor haar uit het oog. Sindsdien heeft Sabine Isabelle nooit meer terug gezien. Daarna maakt het verhaal een sprong naar de toekomst. Sabine, die nu volwassen en afgestudeerd is, worstelt nog steeds met haar verleden. De verdwijning van Isabelle blijft haar achtervolgen. Opeens na de aankondiging van de middelbare school reünie, staat het leven van Sabine helemaal op zijn kop. Ooit waren Sabine en Isabelle hartsvriendinnen, dat veranderde nadat Isabelle de populairste meisje van de school werd. Niet alleen het vriendschap verdween, maar er stond opeens een andere Isabelle voor Sabine die haar leven niet makkelijk maakte. Toch leeft Sabine met een schuldgevoel. Als zij met Isabelle die dag mee was gefietst dan was zij misschien nooit verdwenen. Hier begint de zoektocht van Sabine om antwoorden te zoeken naar de verdwijning van Isabelle, waarbij jij het antwoord pas aan het eind van het boek kan verwachten. Een psychologische thriller die je duidelijk in het verhaal meesleurt totdat jij het uitleest. Prachtig boek met veel emotie. Kortom, een aanrader voor iedereen.

Ik heb meerdere thrillers van Simone van der Vlugt gelezen, maar dit boek vind ik tot nu toe de beste. Het boek was de beste thrillerdebuut in 2004 door Crimezone en daarnaast kreeg dit boek een nominatie voor de NS publiekprijs 2005.

Meer informatie over de schrijver kun je op deze site vinden: http://www.simonevandervlugt.nl/

Continue Reading

Studenten motiveren

Wat zijn de taken van de docent? Hoe kan de docent studenten het beste motiveren? Is het noodzakelijk om didactische vaardigheden te beschikken?

Wellicht kunnen jullie hier allemaal wel een antwoord op geven. En toch komt het vaak voor dat de docenten dit soms zelf niet weten. Het toepassen van de didactische vaardigheden is ook het belangrijkste. Ik ben zelf een klein beetje gaan oriënteren in het onderwijs.

Op het hbo zijn de docenten niet verplicht om over didactische vaardigheden en ervaringen te beschikken. Op een middelbare school moet je zelfs een didactische diploma behaald hebben. De gedachtegang is simpel, op de middelbare school gaan leerlingen puberen en dan hoor je te weten hoe je met ze om moet gaan. Op het hbo gaat men er vanuit dat de leerlingen die dan het studentenleven ingaan volwassen zijn. Echter, in het eerste jaar is dat vaak niet het geval. Als alles goed verloopt dan ben je op je 17- of 18-jarige leeftijd aan het studeren. Vaak zijn de jongens dan nog heel druk. Dit heb ik zelf in mijn eerste studiejaar ervaren. De eerstejaarsstudenten hadden gelijk al door welke docent geen orde kon houden. In plaats van een hoorcollege werd het een chaos. Ik denk dat ook op het hbo een didactische diploma vereist moet zijn. Waarschijnlijk krijg je hierdoor groter tekort aan docenten. De meeste docenten die werken op het hbo, hebben een eigen onderneming of werken in loondienst. Deze docenten doen het over het algemeen veel beter. Zij doen het vanuit hun passie en interesse. Maar je hebt sommige docenten die het niet weten hoe ze het moeten doen. Deze docenten willen ons dolgraag laten slagen. Maar dit werkt soms averechts. Vorig jaar raakte een docent gefrustreerd en begon al haar problemen te vertellen in de hoop dat wij dan wat stiller zouden zijn. In plaats van stiller, gingen de studenten de docent uitlachen. Ik moet even eerlijk bekennen, dat ik ook een beetje moest lachen, maar dat kwam vooral door hoe zij het overbracht. Ook had ik een docent die er alles aan deed om het slagingspercentage te verhogen. Alleen zij bleef elke les herhalen hoe moeilijk het vak was en hoe weinig studenten het halen. Het ging zo ver dat de studenten gedemotiveerd werden en voor het vak gingen uitschrijven of het gewoon niet gingen maken. Je kan je wel bedenken dat als je iets negatiefs herhaalt, dat het op een gegeven moment als angst terug gaat komen. Niemand had meer zin in dit soort lessen en de animo voor dit soort lessen daalde. En uiteindelijk krijgen de studenten hiervoor de schuld.

Als ik uit mijn ervaring mag spreken denk ik dat de docent in het begin eerst alles duidelijk moet uitleggen. De verwachtingen, de toetsing, het slagingspercentage en wat voor werkhouding de docent verwacht. Daarnaast maak je voor één keer duidelijk hoe moeilijk het vak is. En uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid of een student dat nastreeft. Op deze manier maak je het duidelijk en vraag je van de studenten zelfstandigheid. De studenten hebben vaak een goede, duidelijke en heldere uitleg nodig.

Het studeren is hartstikke leuk en bijzonder, maar als de docenten ook didactische vaardigheden en daarvan een diploma bezitten, gaat de kwaliteit alleen maar omhoog. En daar willen wij toch met ze allen heen?

train-de-trainer-591

Bron: Mijn ervaringen en mijn mening over wat ik tot nu toe heb ervaren met het studeren.

Continue Reading

Opendag Bedrijfskunde HvA

Vandaag was alweer de tweede opendag van de HvA. De opendag vond plaats van 10:00-14:00 en ik stond bij mijn eigen opleiding bedrijfskunde MER (Management & Economie & Recht) op de lokatie Fraijlemaborg (Bijlmer Arena). Met volle moed stond ik daar samen met mijn medestudent om de leerlingen te informeren over de opleiding. De opendag bestond uit een voorlichtingsronde, rondleidingen in het gebouw en een informatiemarkt waar alle opleidingen een kraampje hadden. Op de informatiemarkt kon je dan met de student van de desbetreffende opleiding gaan praten over de ervaringen.

De HvA heeft vandaag veel bezoekers mogen ontvangen en het was ook opvallend druk t.o.v. de vorige opendag. Bij mijn opleiding waren er veel geïnteresseerde leerlingen die het verschil tussen bedrijfseconomie en bedrijfskunde wilden weten. Toevallig heb ik een semester bedrijfseconomie gedaan en daardoor kon ik het verschil goed verduidelijken. Wij hadden ook veel te vertellen i.v.m. met allerlei veranderingen die gaan plaatsvinden binnen de economische opleidingen. Kortom genoeg redenen om ons te vermaken.

Maar waarom is het belangrijk om een opendag te bezoeken?
Het komt vaak voor dat op de opendagen een promotie van de opleiding wordt gemaakt. Dat is echter niet de bedoeling. Een opendag is bedoeld om de aankomend student een objectief beeld te geven over de opleiding. Ik probeer daarom ook altijd eerst te vragen wat een leerling leuk vindt. Op deze manier stimuleer ik de leerlingen na te denken wat zij leuk vinden en of de interesses passen bij de opleiding Bedrijfskunde. Economie heeft al veel richtingen, daarom is het van belang om de verschillen goed duidelijk te maken. Het verschil tussen Bedrijfseconomie en Bedrijfskunde is het financiële gedeelte. Op de opleiding Bedrijfseconomie ligt de nadruk op het financiën van het bedrijf. Je bent veel bezig met cijfers. Denk aan het controleren van jaarverslagen. Bedrijfskunde bekijkt het bedrijf via verschillende invalshoeken. Er komen juridische, economische en management aspecten aan bod. Het financiële aspect komt ook zeker aan de orde, maar niet zo diep als bij de opleiding Bedrijfseconomie. Bedrijfskunde is een breed georiënteerde opleiding, waarbij je altijd nog kan specialiseren. Wat mij aanspreekt bij deze opleiding is de variatie en dat ik me nog kan specialiseren. Dat kan bijvoorbeeld door een minor of zelfs een master. The choice is up to you.

Helaas wordt de opleiding Bedrijfskunde wel is gekozen, omdat het een brede opleiding is. Dat betekent dat er veel animo is, maar tegelijkertijd is de uitval van studenten ook groot. Om dit te voorkomen gaat er vanaf volgend jaar een numerus fixus in. De opleiding gaat getalsmatig loten, dus iedereen heeft evenveel kans om ingeloot te worden. Dit is expres gedaan om de aankomend student te stimuleren om zeker te weten dat ze deze opleiding willen doen met niet als enige reden: het is lekker breed. Daarnaast worden matchingsgesprekken gehouden. Deze zijn puur bedoeld om elkaars verwachtingen uit te spreken. Wat verwacht de student van de opleiding maar ook andersom wat verwacht de opleiding van de studenten. Op die manier worden de studenten geprikkeld om de juiste keuze te maken.

Maar laat je niet afschrikken door alle nieuwe veranderingen in het onderwijs, volg je hart en bedenk vooraf goed of de opleiding bij je past. Het klinkt allemaal streng, maar uiteindelijk brengt het je naar de plek waar jij je het meest thuis zou voelen. Heb je de opendag gemist? Geen ramp, de volgende opendag vindt plaats op 16 maart van 10:00-14:00. Voor meer informatie kan je altijd een kijkje nemen op de HvA site: www.hva.nl Of voor de opleiding Bedrijfskunde.

dem-bedrijfskunde-mer-2013-2014

Continue Reading

Op zoek naar inspiratie?

Opzoek naar inspiratie? Wil jij weten wat bij je past? Dan kan misschien het inspiratiespel van Peter Gerrickens & Marijke Verstege je hierbij helpen. Het is een spel waar jij opzoek gaat naar je diepste drijfveren.

Dinsdag 15 januari vond de tweede student mentor bijeenkomst plaats. Om een inzicht te krijgen in je eigen interesses of activiteiten die bij je passen, hebben de leerlingen het inspiratiespel gespeeld. Dit spel bestaat uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel gaat over voorwaarden. Voorwaarden die je hebt op een werkvloer. Dat was niet van toepassing op de scholieren, die hebben natuurlijk  nog geen voorwaarden, zij willen een studiekeuze maken die bij hen past. Het tweede onderdeel is belemmering. Een belemmering voor de scholieren kan zijn dat de profiel niet aansluit op de studie, waar een leerling in is geïnteresseerd. Het derde onderdeel, dat ik het leukst vind, is activiteiten. Dit onderdeel beschrijft een aantal activiteiten zoals analyseren, tuinieren, bezinnen of mediteren, verzamelen, berekeningen maken enzovoort. Het zijn allemaal verschillende activiteiten en die kun je dan vervolgens linken aan een beroep. Op deze manier kijk je welke activiteiten bij jou passen en zodoende kan jij je laten inspireren in wat jij leuk vindt.

Het spel was bij de student mentor bijeenkomst een succes. De meiden kon gelijk een link leggen met de gerelateerde studie en een lijn doortrekken naar de aansluitende beroepen. Ik denk dat dit spel heel handig is om achter je drijfveren en je interesses te komen. Mocht je zelf in zo een situatie zitten of gewoon willen kijken wat je drijfveren zijn, dan is dit spel een handige hulpmiddel.

Wil jij meer weten wat de student mentor bijeenkomst inhoudt kijk dan op: http://saaahhaar.wordpress.com/2013/01/06/moeite-met-het-maken-van-een-studiekeuze/2013-01-16 15.02.54

Continue Reading

Hoe bereik jij je doel?

Wil jij de overstap van het vmbo naar de havo maken? Of een ander stap waar jij over aan het twijfelen bent? Donderdag 10 januari gaf ik samen met mijn decaan van de middelbare school een voorlichting over de doorstroom van het vmbo naar de havo. Deze voorlichting heb ik inmiddels al een aantal keer gegeven. Ik heb zelf ook deze stap gemaakt en dat maakt zo een voorlichting veel interessanter. Het is namelijk  veel leuker om de ervaringen en de valkuilen te horen.

Daar stond ik dan voor de nieuwsgierige leerlingen die aan het overwegen zijn om door te stromen naar de havo. Na twee jaar was het voor mij een beetje zoeken naar de ervaringen die ik had opgedaan. Ik besefte ineens dat ik niet de valkuilen en de ervaringen van de overstap van het vmbo naar de havo aan het beschrijven was. Maar een overstap naar iets nieuws. Je gaat een andere uitdaging aan, waarbij jij je mentaliteit moet aanpassen. De manier van werken speelt hierbij een grote rol. Opvallend was dat je zo de serieuze en de wat minder serieuze leerlingen eruit kon halen.

De meest gebruikte reden om over te stappen naar de havo is dat de leerlingen nog geen idee hebben wat zij willen doen. Je kan je wel bedenken dat deze reden niet de doorslag zou geven om op een havo school aangenomen te worden. Wat essentieel van belang is, is een krachtige motivatie. Dit geldt in principe voor alles. Op een sollicitatie kom je ook met een motivatie in plaats van geen motivatie.  Mijn eigen ervaringen kwamen weer naar boven doordat ik deze met de leerlingen deelde. De leerlingen concentreerden op de ervaringen en informatie omtrent de doorstroom naar de havo.

Ik kan de lijn wel doortrekken en wellicht jullie ook. Wat zijn de belangrijkste valkuilen bij het overstap van het vmbo naar de havo? In eerste instantie wordt op het vmbo alles voorgekauwd.  Op de havo krijg je als een leerling veel zelfstandigheid, er wordt veel initiatief van je gevraagd. De manier van werken en de hoeveelheid stof veranderd. De leerlingen worden voorbereid op het hoger onderwijs (hbo).  Daarnaast hebben de scholen ook een ander probleem. Het komt vaak voor dat een school graag een goede vmbo kandidaat wil aannemen. Echter, door geen plek in de klassen kan zo een leerling niet worden aangenomen. Dit heeft te maken met de aantal leerlingen die van 3 havo slagen om naar 4 havo door te stromen. Als leerlingen zakken dan komt die ruimte vrij voor de vmbo-leerlingen. Eigenlijk is dit een belemmering voor een ambitieuze vmbo-leerling die graag de havo wil doen. Maar je kan je kansen verspreiden door je bij meerdere scholen in te schrijven. Wel moet je opletten op wat voor school jij je inschrijft, is het alleen een havo/vwo- of heeft het ook een vmbo-niveau? De scholen die ook het vmbo aanbieden zullen waarschijnlijk hun eigen leerlingen voorrang geven.   Dat betekent dat de kans nog kleiner is om op dit soort scholen toegelaten te worden. Op deze manier kan je de kans vergroten om te slagen bij het vinden van een goede havo school.

Dit principe kan je overal op toepassen. Stap voor stap ervaar je van alles, waar je niet bij stil staat. Stel je voor dat je niet een overstap van het vmbo naar de havo maakt, maar een stap om te gaan studeren, werken, het wisselen van werk, een relatie, verhuizing enzovoort. Vul maar voor jezelf in, waar je misschien op dit moment tegen aanloopt. Bij elke stap moet je goed nadenken, wat gaat er veranderen en wat zullen de valkuilen zijn. Mijn ervaringen hebben mij een ding geleerd en dat is doorzetten om je doel te bereiken. Waar een wil is, is een weg.

waareenwilislogo

Continue Reading

Creatief Schrijven

Creatief schrijven is een module die op de HvA wordt aangeboden. Een module waar jij je schrijf vaardigheden in kan ontwikkelen. Je schrijft in de vorm van journalistiek of verhaal. De schrijfopdrachten liepen uiteen tot diverse onderwerpen. Het ene moment ging het om een filosofische tekst en het andere moment ging het om het schrijven van een verhaal. De diversiteit sprak mij het meest aan. In het begin wist ik niet wat ik bij deze module kon verwachten. Enige wat ik kon bedenken was: ‘ik ga mijn schrijfvaardigheid verbeteren’. Het was meer dan dat. Ik besefte dat ik niet mijn schrijfvaardigheid aan het verbeteren was, maar ook de verschillende manieren van schrijven. De eerste opdracht was het schrijven van een speech over de verkiezingen. In eerste instantie had ik iets van dit is helemaal niks voor mij. Vervolgens ben ik ook vier uur bezig geweest met het inlezen over de politiek. Totdat ik echt begon met schrijven, het ging aan een stuk door. De tweede tekst, was het schrijven van een filosofisch tekst. Wederom had ik iets van hoe moet ik dat in ‘hemelsnaam’ gaan schrijven. Tot mijn verbazing had ik een tekst op papier gezet, waardoor ik mezelf ging af vragen ‘heb ik dat op papier gezet’? Een mens kan meer dan dat die denkt en dat geldt voor iedereen.

De begeleiding van de docent vond ik prettig. Als de docent een tekst goed vond, gaf hij het gelijk aan. De kritiekpunten verwoordde de docent op een manier waardoor je alleen maar beter ging schrijven. Hij gaf nooit aan dat iets fout was en dat gaf gelijk het gevoel dat je altijd goed op weg was. Deze manier motiveert iemand alleen maar om steeds beter te schrijven. Daarnaast hadden wij opdrachten als bestemming, column, product beschrijving en ergernis. Veel variatie heeft het programma aantrekkelijk gehouden. Elke week werd je verrast met een ander opdracht.

schrijven2

Deze module zou ik zeker iedereen aanraden die beetje interesse heeft met schrijven.  Iedereen kan schrijven, zolang je het ook maar daadwerkelijk wilt.  Echter, ik had soms momenten dat ik niet bij de les bleef. De reden is omdat ik niet heel erg geïnteresseerd ben in de literatuur. Bepaalde onderwerpen drongen dan niet tot me door. Ik deed mij best om de aandacht erbij te houden, alleen het lukte niet. Dit kwam puur door mijn eigen interesses. Alleen boeken lezen vind ik wel weer erg leuk. Wat ik wel een klein beetje miste was het schrijven van een zakelijke variant. Daarmee bedoel ik niet zozeer het schrijven van sollicitatiebrieven, maar meer het schrijven van een advies nota. Hoe dan ook het was een prachtig programma met het belangrijkste leerpuntje: ‘iedereen kan schrijven’.

Voor meer informatie:Creatief Schrijven

Continue Reading

Verhaal 40-jarige docent kunstgeschiedenis

Jan is een 40-jarige gescheiden vader die het leven in balans probeert te houden. Hij is docent op een middelbare school in Amsterdam en vader van twee kinderen. Twee jongens. Eentje van drie jaar en een van zeven. Het zijn lieve kinderen, maar soms is het lastig om ze te sturen. Jan is een ambitieuze, fulltime docent. Tevens is hij een mentor van 6-vwo klas. Op dit moment zit hij in een hectische fase, de toetsweek is aangebroken en zijn kleine zoon van drie jaar heeft deze week geen crèche. In zulke fases heeft Jan moeite met omschakelen. Hij moet ook zijn zevenjarige zoon brengen en halen.

Hij is klaar met het maken van de toetsen voor de toetsweek. Het enige wat hij deze week moet doen, is de vergaderingen bijwonen en voorbereiden. Jan weet zich gerust te stellen. Eens in de drie maanden maakt hij dit soort piekmomenten mee. Toch ervaart hij het leven als alleenstaande zwaar. Het gemis van zijn vrouw raakt hem nog steeds. Alles alleen doen, is en blijft vermoeiend. Uit zijn lessen weet hij voldoening te halen. De leerlingen waarderen zijn werk en de manier van lesgeven. Aan de andere kant gehoorzamen zijn kinderen. Wat dat betreft zit alles goed.

Glimlachend staart hij voor zich uit. Vervolgens slaat hij zijn agenda open en gelijk verdwijnt de glimlach van zijn gezicht. ‘Back to work,’denkt hij.  Net wanneer hij wil gaan nakijken, begint zijn zoontje plotseling te huilen. Jan staat op en loopt naar hem toe. De jongen kijkt om zich heen en roept: ‘papa kom snel. Een monster wil mij meenemen’. Jan gaat rustig naast hem zitten en legt zijn hand op zijn hoofd. Je hebt een nachtmerrie gehad. Ga maar liggen dan vertel ik je een mooi sprookje. Tien minuten later valt de jongen met een glimlach in slaap. Jan staat op en loopt naar zijn werkplek en maakt rustig zijn werk af. Dat ene glimlachje van zijn zoontje zorgde voor de energie om het werk af te maken. Hoe lastig het leven ook is, Jan weet er op de een of andere manier doorheen te komen. Hij heeft nu maar één droom: zijn kinderen succesvol zien opgroeien. Daarnaast haalt hij alle voldoening uit het onderwijs en is bereid om deze combinatie als uitdaging in zijn leven aan te gaan.

Inspiratie uit het boek: ‘Het bezinksel van de waarheid’
Auteur: Jan Kostwinder

Continue Reading