Minor dag #5

Normaal begint de vrijdag met het onderdeel didactiek maar dit keer begonnen we met pedagogiek. De ochtend begon met het uitwisselen van onze ervaringen betreft de stage. Wie heeft al een stageplek en wie niet. Waar lopen we tegenaan. Het was interessant om naar andermans ervaringen te luisteren. Ik heb bijvoorbeeld nog geen stageplek en ben nog steeds in contact. Twee studenten hadden wel stageplekken, waarvan één de maandag gelijk al zelf les mag geven.

Op een flapover moesten wij de belangrijkste aandachtspunten (competenties) als leerkracht beschrijven waar we deze week aan de gang mee willen gaan. Alles wat je benoemd, moet je kunnen beargumenteren op basis van je wat je mee hebt gemaakt. We zijn vaak niet bewust wat we doen of waar we heen willen. Je stelt doelen vooraf of aandachtspunten waar je denkt dat je niet in goed bent. Wees bewust dat de meeste doelen die vooraf worden gesteld vaak gaan op basis van je gevoel. De doelen die ik had opgeschreven waren het volgende: een neutrale houding aannemen tegenover de leerlingen.

In de middag moesten we in tweetallen een lesplan opstellen dat gebaseerd was op de lesfases. Je hebt verschillende lesfases:

1. De aandacht op de doelen van de les richten, deze moeten aansluiten bij de voorkennis die de leerlingen hebben.  Een voorbeeld van een slechte les: ‘waar waren we gebleven de vorige keer. Begin jij maar op deze blz te lezen. Op deze manier activeer je de voorkennis niet.
2. Leerlingen voorzien van nieuwe informatie van de belangrijkste elementen van het leren/de vaardigheid.  Leerlingen hebben na de les het gevoel dat zij een stuk wijzer zijn geworden.
3. Nagaan of de belangrijkste begrippen en vaardigheden zijn overgekomen. (de leerling altijd actief houden, individuele aanspreekbaarheid)
4. Instructie geven over zelfwerkzaamheid van leerlingen (instructie is belangrijk). Dit is het moment dat chaos kan ontstaan. Wat, waar, hoe en waarom vragen verhelderen, is dan hierbij van belang.  Vooral het waarom is heel belangrijk! De leerlingen geven dan een betekenis aan de leerstof.
5. Leerlingen voorzien van geleide of zelfstandige oefening.
6. Afsluiten van de les door middel van de  kernbegrippen controleren. Om zo te zien of de leerlingen het gesnapt hebben.

Nadat we het lesplan hadden opgesteld moesten we  lesgeven in ongeveer 15 minuten. Niet iedereen zou aan de beurt komen. Stiekem hoopte ik dat ik niet hoefde. Uiteindelijk moest ik toch wel de les geven. Het ging heel goed. Onbewust gaf ik samen met mijn klasgenootje de doelen goed aan, we hadden de voorkennis geactiveerd en de studenten deden enthousiast mee. De meest voorkomende fout die ik maakte was de vraag stellen: snap iedereen de stof nu.  Op deze vraag zullen de leerlingen ja knikken. De vraag is niet effectief genoeg om de leerlingen daadwerkelijk vragen te laten stellen als zij het niet snappen. Om te meten of de leerlingen het snappen zou je willekeurig een leerling kunnen vragen om kort samen te vatten wat degene in deze les heeft geleerd.

Op deze minor leer je niet alleen in het onderwijs lesgeven, maar je leert bewust te worden van je eigen kennen en kunnen. Je leert reflecteren op elke handeling die jij doet en wat voor effect dat heeft op een leerling. Dat is best lastig. Ga bij jezelf maar na, ben je in staat om na elke handeling  te reflecteren en hoelang houd je dat vol? Uiteraard zijn daar sommige daar wel goed in.

Continue Reading

Opening introductie eerstejaars BKM

Een frisse start op een ander locatie met een nieuw concept. Vanaf dit jaar is de opleiding Bedrijfskunde veranderd. Dinsdag 27 augustus was de opening van de nieuwe opleiding. De introductie was voor de eerstejaarsstudenten.

Voorheen had je twee locaties. Eentje op de wenckebachweg en eentje op de Fraijlemaborg. De ene bood praktijkgerichte kant en de andere bood de theoretische kant van de opleiding. Totdat het management besloot om te clusteren. Met andere woorden één bedrijfskundig opleiding aanbieden op de HvA.

Daar stonden we dan in de ochtend, klaar voor de eerstejaars. De studenten van de andere jaren waren begeleiders voor de eerstejaars. Nu heb ik al twee keer meegedraaid op de introductiedagen, maar moet zeggen dat deze dag anders was.

Ten eerste was het gebouw voor ons allemaal nieuw. Toch moest ik een rondleiding geven, terwijl ik het gebouw niet kende. We liepen in het gebouw zonder enig idee welke kant we op moesten. Gelukkig was ik met een studiegenootje, waardoor ik niet alleen voor gek stond. De volgende dag zijn de eerstejaars naar de Ardennen vertrokken. Ik hoop dat zij een onvergetelijke tijd hebben gehad.

Studeren kan iedereen, maar niet iedereen studeert bewust. Dit was mijn motto voor die dag. Ik was gevraagd om een korte presentatie te geven omtrent studeren. Na lang nadenken wilde ik een boodschap meegeven. Eigenlijk kan deze boodschap in elk scenario worden toegepast. Wat is nou interessant voor een beginnend student?

Uiteindelijk heb ik het volgende meegegeven. Alles wat je doet, doe dat bewust. In dit geval studeer bewust. Om bewust te studeren moet je weten wie je bent, wat je kan en wat je wil doen. Als jij deze drie vragen kan beantwoorden dan zul je niet zo snel een verkeerde keuze maken tijdens het studeren. Deze vragen kan je makkelijk beantwoorden, maar het gaat erom dat jij gaat nadenken over je kwaliteiten, interesse en passie? Tevens houd je rekening met je zwaktepunten. Dit klinkt heel logisch, maar niet iedereen doet dit. Ik ben hier een goed voorbeeld. Na twee jaar kan ik pas zeggen:  ‘ik studeer bewust.’

Laat het nieuwe studiejaar en de maand september beginnen met nieuwe kansen<3

Education

Continue Reading