Ben jij student en op zoek naar een bijbaan?

Het nieuwe schooljaar is vandaag begonnen voor de leerlingen van de basis- en middelbare scholen. Ben jij op zoek naar een bijbaan en wil je jouw kennis in de praktijk brengen? Solliciteer direct als bijlesdocent bij Bijlesleraar. Bijlesleraar is  een jong en groeiend bedrijf dat steeds op zoek is naar nieuwe bijlesdocenten. Vanwege het nieuwe jaar stromen de aanmeldingen al binnen.

logo-bijlesleraar

Dit is een bijbaan die je naast je studie prima kan combineren. Jij bepaalt zelf de plek en de tijden samen met de leerling. Het bedrijf  is actief in o.a. de volgende regio’s; Amsterdam, Amstelveen, Haarlem &  Utrecht. Dus als je niet in één van deze regio’s studeert of woont geen ramp, deze unieke service wordt ook in andere steden aangeboden.

Je kan bijles geven aan basisschoolleerlingen maar, ook aan middelbare scholieren of zelfs aan studenten MBO, HBO of  WO.

Tot slot, niet onbelangrijk je verdient €10 euro per uur.

Voor meer informatie de website: www.bijlesleraar.nl en like de facebook-pagina.

 

_DSC8451

Continue Reading

minor dag #10

De tijd vliegt! Vrijdag 29 november moesten de observatieopdrachten ingeleverd worden. De tweede opdracht van deze minor. De volgende opdracht is een lessenserie van minimaal twee lessen. Met andere woorden gewoon lessen geven! Afgelopen donderdag (28 november) mocht ik twee klassen marketing les geven. Vooraf heb ik een lesplan gemaakt. Een lesplan is heel belangrijk voor een beginnende docent. Je schrijft vooraf concreet op wat je in de les wil doen. Wat zijn de doelen die je wil behalen. De structuur van de les is nog steeds onder te verdelen in  de les fases. De eerste les ging super. Ik stond daar en ik vond het gewoon geweldig om daar te staan. Al die leerlingen te zien die vragen hebben of met dingen bezig zijn waar je gewoon om kan lachen. Als je die leerlingen iets leert, zie je dat ze het waarderen. De tweede klas was iets lastiger. Bepaalde samenwerkingsvormen waren niet effectief. Bij de eerste groep werkte het wel, maar bij de andere groep hadden die leerlingen meer sturing nodig. Zo zie je gelijk verschillen tussen twee spiegelklassen. Bij de laatste groep liep ik bij bepaalde onderdelen ook uit. Op dat moment hamerde ik op mijn planning. Ik wilde mijn les planning behalen. Om deze reden ontstond er wel wat onrust. In het vervolg ga ik het inkorten of de les een beetje aanpassen.

Deze lessen zijn allemaal leermomenten, maar momenteel haal ik er veel meer energie uit door de positiviteit en het verloop van de lessen. De leerlingen iets bijbrengen of dat ze iets hebben onthouden na je les, geeft een heerlijk gevoel. Op naar de volgende les 🙂

2013-11-13 11.00.11

Continue Reading

Minor dag #9

Vrijdag 22 november stond het thema meervoudige intelligenties op het programma. We kregen allereerst een oefening met meervoudige intelligenties. Je moest een reactie/voorkeur geven op de verschillende intelligenties. Welke vormen van intelligenties zijn er?

– Taalkundige intelligentie denkt in woorden, houdt van lezen, praten, kan makkelijk gedachtes en ideeën verwoorden. Leest met inzicht en begrijpt wat er staat. Kan iets goed begrijpen en verhelderen.
– Logische- wiskundige intelligentie Is gefascineerd door getallen en cijfers en speelt er graag mee, kan goed ordenen.
– Visueel ruimtelijk intelligenties. Neemt de werkelijkheid waar via de beelden. Heeft een groot gevoel voor kleurnuances. Degene tekent vaak figuurtjes of maakt krabbels om iets vast te houden. Hij experimenteert graag met ontwerpen en schetsen. Degene denkt, schrijft en praat plastisch. Kan zich snel oriënteren in gebouwen, wijken en werkt graag met vormgevers en grafieken. De bijbehorende oefening bij deze intelligentie was  teken het symbool van de Nederlandse Spoorwegen. Nou dat ging ons moeizaam af hoor. Niemand wist het symbool te tekenen….
– Lichamelijk- motorische intelligentie. Reageert bij voorkeur met trefzekere bewegingen. Heeft een sterk gevoel voor de juiste richting en timing in het gebruik van het eigen lichaam. Houdt van gymnastiek en sport. Maakt snel lichamelijke contact. Sterk in fijn motoriek. Leert makkelijk door iets te doen of te spellen. Leeft in geluid en ritmiek. Is een boeiende verteller.
-Natuurgerichte intelligentie Is gefascineerd door alles wat groeit en bloeit en beweegt in de natuur. Herkent snel kenmerken van planten, dieren, voorwerpen Leert makkelijk door waarnemingen buiten te verzamelen en te ordenen. Gaat graag met dieren om en maakt er snel contact mee.
-Interpersoonlijke intelligentie. Stelt zich graag wat op de achtergrond. Leeft in eigen wereld. Kent sterke en zwakke kant
-Intrapersoonlijke intelligentie. Houdt van contact met andere en degene werkt graag samen. Houdt graag van gezelligheid en feestjes. Voelt scherp aan wat anderen beweegt en spreekt daar makkelijk over. Voelt zich prettig in groepen en is  graag bereid om anderen te helpen

Het volgende onderwerp was vaktaal. Leerlingen hebben niet altijd hetzelfde niveau. Zij missen soms het juiste niveau. De kunst is om als docent in te zien met welke termen de leerlingen moeite mee hebben. Dat moet helder worden gemaakt voor de leerlingen. Voorbeeld: vraag in de klas of iemand een betekenis kan geven op een begrip, voordat je dat begrip gaat uitleggen. Op deze wijze activeer je de leerlingen om na te denken. Mochten de leerlingen het niet weten, dan zullen ze het sneller onthouden als je ze het aan de leerlingen gaat uitleggen.  Nu mag ik me meer bezig houden met lesgeven 🙂

Continue Reading

Minor dag #8

Na twee weken geen college, was het weer fijn om op school te zijn. Het wisselen van ervaringen en luisteren naar andermans belevenissen op zijn of haar stage, maakte z’n dag erg leerzaam. Je kan veel leren van andersmans ervaringen.

In de ochtend gingen we met een nieuwe thema ‘samenwerkend leren’ aan de slag. Mijn observatieonderzoek gaat ook over in hoeverre samenwerkend leren op mijn werkplek wordt toegepast. Samenwerkend leren is effectief op het moment dat elke leerling een rol heeft. De leerling weet welke bijdrage diegene moet leveren. Op dat moment is er sprake van positieve wederzijdse afhankelijkheid. Je hebt verschillende manieren om leerlingen samen te laten werken. Dat kan ‘check in duo’ zijn: ‘op het moment dat leerlingen in tweetallen moeten samenwerken’. Hierbij kan je denken dat twee leerlingen samen huiswerk nakijken. In dit geval is het niet zo dat de een overschrijft van de ander. Je moet  een vorm van denken, delen en uitwisselen creëren, dan is het namelijk effectief. Zij krijgen de tijd om na te denken over het onderwerp. Over het betreffende onderwerp gaan de leerlingen sparren en daarna gaan zij het met elkaar uitwisselen. Eenzijdig expert is ook een vorm van samenwerkend leren. Iedere leerling krijgt een specialisatie toegewezen. De leerlingen leggen aan elkaar hun specialisatie uit. Binnen no-time zijn de leerlingen expert op de specialisaties die zij aan elkaar uitleggen. Zo heb je nog meer diverse vormen. Een voordeel bij het samenwerkend leren is dat een docent niet de hele tijd aan het woord is. De leerlingen gaan voornamelijk zelf aan de slag en leren van elkaar. De docent moet echter wel in de gaten houden of de leerlingen wel effectief samen aan het werk zijn. Met andere woorden de leerlingen moeten in de gaten worden gehouden of zij daadwerkelijk wel met hun werk bezig zijn.

Na het theoriegedeelte moesten wij in een groepje een lesplan maken. In dit plan moesten we verschillende samenwerkende vormen bedenken dat we de leerlingen willen laten uitvoeren. We moeten minimaal twee lesplannen maken en die lessen uiteindelijk ook geven. Een lesplan is een leidraad voor het geven van een goede les. Een les is opgebouwd uit een vaste structuur: het doel van de les aangeven, voorkennis activeren, uitleg geven, controleren of de leerlingen de theorie hebben begrepen, zelfstandig aan het werk zetten en tot slot, je meet of je jouw opgestelde doel van de les hebt behaald. Eigenlijk gaat het hier om de lesfases.

In de middag gingen we met het coachingsgedeelte aan de gang. Twee van mijn medestudenten gingen oefenen met het orde houden. De rest van ons ging acteren als luidruchtige leerlingen. Het was een leuke oefening. We lagen allemaal in een deuk, omdat orde houden best lastig kan zijn. Helemaal als je het voor je eigen medestudenten doet, want wij maakten het niet makkelijk voor ze. Het was ontzettend leerzaam, omdat ze doorgingen totdat ze het idee hadden dat het goed ging. Naast stage is zo een theoriedag na een lange vrije periode erg leuk en leerzaam. We oefenen waar we tegen aanlopen. Vervolgens nemen we die ervaring en oefening mee naar onze stage. Oefening baart kunst 🙂

P.S. dit verslagje was iets later dan gepland. Deze week staat minor dag #9 online!

Continue Reading

Eerste stagedag gelijk al voor de klas

Lieve lezers,

Afgelopen week was ik helaas niet zo lekker, maar gelukkig gaat het nu al weer een stuk beter. Dus tijd voor een nieuw artikel! Naast het feit dat ik ziek was, ging mijn stage gewoon door. Vorige week donderdag was mijn eerste stagedag een feit! Die dag stond ik gelijk al voor de klas. Ben je benieuwd naar mijn belevenis? Lees dan snel verder.

Donderdag 31 oktober dacht ik rustig te kunnen beginnen, maar ik mocht gelijk al kennismaken met de hectiek van het onderwijs. Een docent was ziek, waardoor derdejaarsleerlingen te veel tussenuren zouden hebben. Om deze reden werd ik gevraagd of ik die les wilde geven. In eerste instantie schrok ik. De vakkennis die heb ik, maar ik had tijd nodig om de les voor te bereiden, wat ik niet had. Gelukkig gaven de leerlingen aan dat zij wilden oefenen voor een examen. Uiteindelijk moest ik die leerlingen opvangen en zorgen dat zij zelfstandig of samen aan het werk gingen.

Daar stond ik dan voor de klas. Ik koos ervoor om te focussen op de interpersoonlijke en pedagogische kant. In de literatuur heb ik al veel gelezen wat betreft beginnersfouten. Een docent wil aardig gevonden worden, waardoor je dan dingen toestaat. Ik wilde deze fout niet maken en probeerde op een positieve manier de leerlingen te corrigeren.  De leerlingen waren hartstikke goed aan het werk, zij hadden namelijk een doel. Het behalen van het examen. Overigens het was mijn vakgebied. Ik kon ze heel goed op weg helpen. Daarnaast heb ik ook een telefoon afgepakt, met humor uiteraard! Na een uur mochten de leerlingen van mij weg, ze hadden zo goed gewerkt. Toen die leerlingen weg waren, dacht ik, voor de eerste les zonder voorbereiding ging dit uitstekend. De leerlingen accepteerde mij en doordat ik mijn grenzen in het begin goed aangaf, wisten de leerlingen hoe ver ze konden gaan.

Na deze les realiseer ik hoe belangrijk het is om consequent te zijn. Het doel kenbaar maken was in dit geval niet nodig. De leerlingen hadden een doel. Deze twee dingen zorgde ervoor dat de les goed verliep. Ik sprak de leerlingen wel aan op hun gedrag, maar mijn aandachtspunt voor de volgende keer is dat ik niet te veel moet nadenken. Gewoon aanspreken, aangezien de leerlingen aan mijn regels moeten houden.

Ter afsluiting: een leerling vroeg hoelang ik al les geef. Ik wist even niet hoe ik die vraag moest beantwoorden. Ik kan moeilijk zeggen dat het de eerste keer is. Uiteindelijk heb ik tegen de leerling gezegd dat ik een derdejaarsstudent ben en niet full-time in het onderwijs werk. Op deze vraag kan ik niet een duidelijk antwoord geven. De leerling knikte vaag:’ oké mevrouw.’ De volgende dag kreeg ik van mij college te horen dat de leerlingen heel blij waren met de les. Er is niks leuker dan een compliment ontvangen van de leerlingen <3

eerste dag gelijk voor de klas

Continue Reading

Minor dag #5

Normaal begint de vrijdag met het onderdeel didactiek maar dit keer begonnen we met pedagogiek. De ochtend begon met het uitwisselen van onze ervaringen betreft de stage. Wie heeft al een stageplek en wie niet. Waar lopen we tegenaan. Het was interessant om naar andermans ervaringen te luisteren. Ik heb bijvoorbeeld nog geen stageplek en ben nog steeds in contact. Twee studenten hadden wel stageplekken, waarvan één de maandag gelijk al zelf les mag geven.

Op een flapover moesten wij de belangrijkste aandachtspunten (competenties) als leerkracht beschrijven waar we deze week aan de gang mee willen gaan. Alles wat je benoemd, moet je kunnen beargumenteren op basis van je wat je mee hebt gemaakt. We zijn vaak niet bewust wat we doen of waar we heen willen. Je stelt doelen vooraf of aandachtspunten waar je denkt dat je niet in goed bent. Wees bewust dat de meeste doelen die vooraf worden gesteld vaak gaan op basis van je gevoel. De doelen die ik had opgeschreven waren het volgende: een neutrale houding aannemen tegenover de leerlingen.

In de middag moesten we in tweetallen een lesplan opstellen dat gebaseerd was op de lesfases. Je hebt verschillende lesfases:

1. De aandacht op de doelen van de les richten, deze moeten aansluiten bij de voorkennis die de leerlingen hebben.  Een voorbeeld van een slechte les: ‘waar waren we gebleven de vorige keer. Begin jij maar op deze blz te lezen. Op deze manier activeer je de voorkennis niet.
2. Leerlingen voorzien van nieuwe informatie van de belangrijkste elementen van het leren/de vaardigheid.  Leerlingen hebben na de les het gevoel dat zij een stuk wijzer zijn geworden.
3. Nagaan of de belangrijkste begrippen en vaardigheden zijn overgekomen. (de leerling altijd actief houden, individuele aanspreekbaarheid)
4. Instructie geven over zelfwerkzaamheid van leerlingen (instructie is belangrijk). Dit is het moment dat chaos kan ontstaan. Wat, waar, hoe en waarom vragen verhelderen, is dan hierbij van belang.  Vooral het waarom is heel belangrijk! De leerlingen geven dan een betekenis aan de leerstof.
5. Leerlingen voorzien van geleide of zelfstandige oefening.
6. Afsluiten van de les door middel van de  kernbegrippen controleren. Om zo te zien of de leerlingen het gesnapt hebben.

Nadat we het lesplan hadden opgesteld moesten we  lesgeven in ongeveer 15 minuten. Niet iedereen zou aan de beurt komen. Stiekem hoopte ik dat ik niet hoefde. Uiteindelijk moest ik toch wel de les geven. Het ging heel goed. Onbewust gaf ik samen met mijn klasgenootje de doelen goed aan, we hadden de voorkennis geactiveerd en de studenten deden enthousiast mee. De meest voorkomende fout die ik maakte was de vraag stellen: snap iedereen de stof nu.  Op deze vraag zullen de leerlingen ja knikken. De vraag is niet effectief genoeg om de leerlingen daadwerkelijk vragen te laten stellen als zij het niet snappen. Om te meten of de leerlingen het snappen zou je willekeurig een leerling kunnen vragen om kort samen te vatten wat degene in deze les heeft geleerd.

Op deze minor leer je niet alleen in het onderwijs lesgeven, maar je leert bewust te worden van je eigen kennen en kunnen. Je leert reflecteren op elke handeling die jij doet en wat voor effect dat heeft op een leerling. Dat is best lastig. Ga bij jezelf maar na, ben je in staat om na elke handeling  te reflecteren en hoelang houd je dat vol? Uiteraard zijn daar sommige daar wel goed in.

Continue Reading

Een dagje meelopen op mijn oude school

Vorige week woensdag mocht ik op mijn oude school terecht voor een paar observatielessen. Op basis van de theorie had ik een observatieformulier gemaakt. Het doel van deze observatie was om de basis houding van een docent in de gaten te houden en wat voor invloed dat heeft op de leerlingen.

Een docent moet over zeven basiscompetenties beschikken: interpersoonlijke competent, pedagogische competent, vakinhoudelijk en vakdidactisch competent, organisatorisch competent, competent in samenwerking met collega’s, competent in samenwerking met de omgeving en competent in reflectie en ontwikkeling.

Mijn focus tijdens deze observatielessen lag op de eerste vier competenties.  Momenteel is het voor mij erg zoeken in dit beroep en om deze reden had ik hele simpele vragen geformuleerd en uitgewerkt in een observatieformulier. Ik was nieuwsgierig naar onder andere hoe de docent omgaat met de leerlingen, op welke wijze de docent betrokken is naar de leerlingen, is de docent in staat om de leerlingen op een effectieve wijze zelfstandig aan het werk te zetten, op welke wijze creëert de docent een veilige werkomgeving en de verschillende werkvormen.

De observatielessen begonnen vroeg, al om half 9. Eigenlijk de standaard tijd. Het was voor mij even aanpoten om er daadwerkelijk om half 9 te zijn. De scholieren weten het niet beter, maar als student raakt je uit je ritme.  Doordat je als student meer de vrijheid hebt om wel of niet lessen bij te wonen. Daarnaast zijn de tijden van de college’s heel anders. Scholieren krijgen deze vrijheid nog niet.

In de ochtend ging ik een vwo derde klas observeren. De eerste les begon met Engels, literatuur lezen. Ik kreeg een warm welkom van mijn oude docent. Introductie als een oud-leerling voelde een beetje raar, maar wel heel fijn dat ik daar nog steeds welkom ben. De docent begon de les goed met interactie en ze was consequent. Zij maakte goed oogcontact en handelde professioneel. De les begon met een mededeling van toetsen en eventuele herkansingsmogelijkheden. Iedere leerling had de aandacht voor de docent. Daarna vroeg de docent waar zij gebleven waren in het boek. Het meten van de voorkennis. Het ging met humor, zij benaderde elk antwoord positief. Daarna kregen de leerlingen de tijd om in tweetallen het verhaal te bespreken. Er was sprake van veel interactie. Het boek werd gezamenlijk gelezen, kort samengevat en willekeurig kregen leerlingen de beurt om steeds kort samen te vatten wat zij hadden gelezen. Ik vond dat de leerlingen goed de aandacht voor de leraar hadden en daadwerkelijk serieus bezig waren.

Het tweede uur stond Nederlands op het programma. De leerlingen waren hier een stuk drukker. Tijdens deze les gedroegen de leerlingen zich heel anders ten opzichte van de les Engels. De start was erg goed. De docent stond bij de deur en zei elke leerling enthousiast gedag. Hij begon de les met een krant en stelde een paar vragen. Deze vragen vertaalde hij goed naar het boek, namelijk de theorie. De leerlingen hadden zijn aandacht. Toen ging het mis. Ik zag ook gelijk waar het misging. De leerlingen moesten zelf het huiswerk nakijken. Deze werkvorm zorgde voor een drukte in de klas. Veel leerlingen gingen kletsen en een paar gingen op hun telefoon kijken. Vervolgens gaf de docent veel werk op, waar de leerlingen zelfstandig aan de slag moesten. Het werk dat niet af was, zouden ze als huiswerk op krijgen. De docent wilde hiermee de leerlingen motiveren om in de klas alvast het werk te doen. Aangezien het veel was. Het werkte averechts, want er kwam juist ophef. De leerlingen deden nu helemaal niks meer. Bij nader inzien gaf de docent een mededeling dat ze maar een paar opgaven hoefden te maken. Opgelucht vertrokken de leerlingen naar de kantine voor een uurtje pauze.

Het vierde uur had deze klas economie. Het leukste vak, namelijk het vak dat ik wil geven. Het was mijn oude docent, dus ik wist wel een beetje hoe hij les zou geven. Het was nu juist interessant om echt als aankomend docent te kijken in plaats van als een leerling. Ook hier waren de leerlingen druk.  De drukte die tijdens de les Nederlands was ontstaan, namen ze mee naar deze les. De docent was goed in staat om een veilige en rustige omgeving te creëren. Het bleef echter best rumoerig, maar de leerlingen deden goed hun werk. We begonnen met mededelingen over cijfers vervolgens werd de stof uitgelegd en mochten de leerlingen aan het werk. Voor je het wist was het uurtje al weer voorbij. Op zich hadden zij erg goed gewerkt en goede cijfers gescoord. Het vijfde uur liep ik met een vierde klas mee. Opvallend was dat deze docent steeds zijn hand gebruikte om de klas stil te krijgen. Het werkte super goed.

De laatste twee lessen was een geschiedenisles aan een drie havo klas. Je merkte gelijk dat het een andere soort klas was ten opzichte van het vwo. Langzaam en rumoerig kwamen zij binnen. Zoals elke keer ging ik achterin zitten, zodat ik het overzicht had op de hele klas. Leerlingen hebben niet het lef om naast een vreemde te zitten. Toch was één meisje naast mij komen zitten. ‘Ben je de nieuwe stagiaire of docent’ vroeg dat meisje. Ik kom gezellig naast je zitten zei ze heel enthousiast. Ik moest lachen en vond het wel leuk. Ik zei tegen haar je bent de eerste die het lef heeft om naast mij te zitten vandaag.

De docent bij de geschiedenisles heeft mij vroeger ook les gegeven. Ik vond zijn lessen altijd erg inspirerend en leuk. Hij verwelkomde me warm en hartelijk tijdens de les. Aan het begin van de les hadden de leerlingen nog geen aandacht voor de docent maar dit veranderde snel. En alle ogen waren gericht op hem.

Er werd structuur gebracht in de les doordat het programma op het bord werd geschreven. Om de leerlingen rustig te krijgen was hij consequent en streng. De leerlingen moesten zelf het werk nakijken. Hij maakte duidelijk oogcontact en liet door zijn oogcontact blijken dat hij de leerlingen in de gaten hield. Daarna ging de les door met het bespreken van de stof. De leerlingen waren nieuwsgierig en durfde voor de groep te spreken. De les was interactief met veel inbreng van de leerlingen. De leraar was in staat om de leerlingen volledig bij de stof te betrekken. Sommige momenten was ik ook mijn aandacht kwijt doordat ik naar de stof luisterde in plaats van het volgen van mijn observatieformulier. Waar een blokuur is ingeroosterd, betekent vijf minuten pauze. Ook hier was dat het geval. Ik twijfelde om even een slokje water te drinken, maar ik vond het wel interessant om te kijken hoe de leerlingen hun pauze vervulde. De ene leerling nam aantekeningen over en andere leerlingen gingen één voor één naar de wc.

Na de pauze bekeken de leerlingen een documentaire. De docent verliet voor een kleine tien minuten het lokaal. Sommige leerlingen verloren toen de aandacht. Maar het was niet extreem druk. Wanneer de docent terug kwam, zette hij het filmpje kort stil om aan te geven dat hij er vanuit gaat dat hij een derde klas kan vertrouwen zonder een leraar. Dit incident was me bijgebleven. Na de les ging ik vragen waarom hij dat deed. Deed hij dat met opzet?  Ten eerste heeft hij de documentaire al vaak genoeg gezien. Daarnaast gaf hij aan dat hij op deze wijze de leerlingen een stukje vertrouwen probeert mee te geven. Of het werkt daar kom je niet gelijk achter. Maar dit punt vond ik erg interessant. Je hebt verschillende manieren om indirect de leerlingen bewust te maken betreft hun zelfstandigheid.

De les eindigde met het bedenken van de mogelijke toetsvragen. Volgende keer laat de docent de leerlingen een spiekbriefje maken. Dat zij het niet mogen gebruiken is iets anders. Op deze wijze gaan leerlingen nadenken wat belangrijk is om te weten voor de toets.

Ik vond het eigenlijk erg leuk dat ik een  dagje kon meelopen op mijn oude school. Het idee dat ik drie jaar geleden hier nog zat, kan ik me niet meer voorstellen.  Een dagje in de praktijk is veel meer waard dan alleen theorielessen wat betreft een kennismaking met het beroep leraar. Theorie heb je nodig, maar in de praktijk leer je veel meer. De belangrijkste observatiepunten wat ik voor mezelf mee zal nemen is het duidelijk maken van oogcontact, consequent zijn, durven om de leerlingen aan te spreken en het hanteren van verschillende werkvormen heeft een positief effect.

Continue Reading

Minor dag #2

De vrijdagochtend begon lekker vroeg en het was de tweede dag van mijn minor. De rest van de week waren we vrij. Vanaf  oktober begint de stage.

Waar stond deze ochtend voor?
Het Nederlands onderwijssysteem stond op het programma. Iedereen kent min of meer het Nederlands onderwijssysteem, maar het is altijd handig om het totaal plaatje te weten. De meeste studenten zijn afkomstig van de havo en enkeling van het vmbo. Na de havo/vwo ga je in de meeste gevallen naar het hbo of de universiteit. Maar bij het vmbo ga je naar het mbo. In het mbo heb vier verschillende niveau’s. Minderjarigen die het vmbo afronden zijn verplicht om naar het mbo te gaan. Je moet namelijk minimaal een startkwalificatie bezitten.

Vervolgens werd ons de vraag gesteld; wat zijn de taken van een leraar?
Iedereen kan zich wel bedenken dat een leraar niet alleen lesgeeft. Welke taken heeft een leraar allemaal?
Uiteraard lesgeven, maar deze lessen moeten voorbereid worden. Een leraar moet toetsen nakijken en soms ook surveilleren in de aula en tijdens de toetsweken. Naast deze basistaken moet een leraar vergaderen, bijscholen en voorbereiden voor werkweken. Zo zijn er nog een paar taken. De leraar heeft dus diverse taken.

Tot slot moesten we een ideale school op papier bouwen. Welke doelstellingen vinden wij belangrijk? Wat is het fundament van de school? Mijn groep vond de juiste lesstof, veilige omgeving, de samenwerking, kennis, talentontwikkeling en de gekwalificeerde docenten belangrijk. In eerste instantie vroeg ik me af wat voor toegevoegde waarde deze opdracht zou geven. Nadat we eenmaal de opdracht hadden uitgevoerd, werd ik bewust van een aantal dingen. Deze opdracht maakte mij bewust van het feit dat je in een school niet alleen leraar bent. Maar je zit in één organisatie, waarin je veel moet samenwerken. Elke docent heeft een andere kennis die je samen met elkaar moet delen. Verder wordt je bewust van de mogelijke onderwijskundige doelstellingen. Waar staat een school voor?  Wist jij de missie of visie van jouw middelbare school?

school bouwen

In het begin krijgen we veel theorie voordat we de praktijk in gaan.  Maar vanaf oktober zal de praktijk wellicht anders zijn dan de theorie.

Ben je benieuwd naar mijn minor? Bekijk snel minor dag #1.

Continue Reading

Een start met mijn minor is een feit!

Vrijdag 6 september, de start met mijn minor: ‘een baan in het onderwijs’ is een feit. Het afgelopen jaar heb ik met veel plezier allerlei projecten binnen het onderwijs gedaan. Tevens ben ik werkzaam als bijlesdocent bij Bijlesleraar en Inwijs.

Nu ga ik mijn ervaring in het onderwijs verdiepen en verbreden. Of ik uiteindelijk het onderwijs in wil? Deze vraag laat ik nog graag open. Op dit moment ben ik ontzettend enthousiast en volg ik mijn hart. Wellicht kan ik op deze vraag een beter antwoord geven, nadat ik mijn minor heb afgerond.

We begonnen op een prachtige locatie, namelijk op het Weesperplein. Deze dag was vooral informatief en productief. Er kwamen onderwerpen zoals hoe presenteer je voor de klas, eerste indruk, harde stem en wat we het komend halfjaar kunnen verwachten aan bod. Helaas heb ik na dit halfjaar nog geen lesbevoegdheid.  Deze minor biedt echter wel een versneld traject aan.

Wat ga ik het komend halfjaar ervaren?
In dit halfjaar ga ik kennismaken met het beroep van een leraar. Deze minor is in drie blokken verdeeld. Het eerste blok zal bestaan uit observatie: anderen docenten observeren en daarvan leren. Het tweede blok mag ik in kleine groepen de leerlingen begeleiden samen met mijn stagebegeleider. Tot slot het derde blok, tevens een spannende blok. In dit blok ga ik zelfstandig voor de klas staan. Kortom, in dit komend halfjaar wordt ik klaargestoomd voor de basisvaardigheden van een leraar.

Ben je benieuwd naar mijn ervaringen? Binnenkort meer over mijn belevenissen op mijn blog , so stay tuned!

THEO THIJSSENHUIS

Continue Reading