Minor dag #9

Vrijdag 22 november stond het thema meervoudige intelligenties op het programma. We kregen allereerst een oefening met meervoudige intelligenties. Je moest een reactie/voorkeur geven op de verschillende intelligenties. Welke vormen van intelligenties zijn er?

– Taalkundige intelligentie denkt in woorden, houdt van lezen, praten, kan makkelijk gedachtes en ideeën verwoorden. Leest met inzicht en begrijpt wat er staat. Kan iets goed begrijpen en verhelderen.
– Logische- wiskundige intelligentie Is gefascineerd door getallen en cijfers en speelt er graag mee, kan goed ordenen.
– Visueel ruimtelijk intelligenties. Neemt de werkelijkheid waar via de beelden. Heeft een groot gevoel voor kleurnuances. Degene tekent vaak figuurtjes of maakt krabbels om iets vast te houden. Hij experimenteert graag met ontwerpen en schetsen. Degene denkt, schrijft en praat plastisch. Kan zich snel oriënteren in gebouwen, wijken en werkt graag met vormgevers en grafieken. De bijbehorende oefening bij deze intelligentie was  teken het symbool van de Nederlandse Spoorwegen. Nou dat ging ons moeizaam af hoor. Niemand wist het symbool te tekenen….
– Lichamelijk- motorische intelligentie. Reageert bij voorkeur met trefzekere bewegingen. Heeft een sterk gevoel voor de juiste richting en timing in het gebruik van het eigen lichaam. Houdt van gymnastiek en sport. Maakt snel lichamelijke contact. Sterk in fijn motoriek. Leert makkelijk door iets te doen of te spellen. Leeft in geluid en ritmiek. Is een boeiende verteller.
-Natuurgerichte intelligentie Is gefascineerd door alles wat groeit en bloeit en beweegt in de natuur. Herkent snel kenmerken van planten, dieren, voorwerpen Leert makkelijk door waarnemingen buiten te verzamelen en te ordenen. Gaat graag met dieren om en maakt er snel contact mee.
-Interpersoonlijke intelligentie. Stelt zich graag wat op de achtergrond. Leeft in eigen wereld. Kent sterke en zwakke kant
-Intrapersoonlijke intelligentie. Houdt van contact met andere en degene werkt graag samen. Houdt graag van gezelligheid en feestjes. Voelt scherp aan wat anderen beweegt en spreekt daar makkelijk over. Voelt zich prettig in groepen en is  graag bereid om anderen te helpen

Het volgende onderwerp was vaktaal. Leerlingen hebben niet altijd hetzelfde niveau. Zij missen soms het juiste niveau. De kunst is om als docent in te zien met welke termen de leerlingen moeite mee hebben. Dat moet helder worden gemaakt voor de leerlingen. Voorbeeld: vraag in de klas of iemand een betekenis kan geven op een begrip, voordat je dat begrip gaat uitleggen. Op deze wijze activeer je de leerlingen om na te denken. Mochten de leerlingen het niet weten, dan zullen ze het sneller onthouden als je ze het aan de leerlingen gaat uitleggen.  Nu mag ik me meer bezig houden met lesgeven 🙂

Continue Reading