minor dag #10

De tijd vliegt! Vrijdag 29 november moesten de observatieopdrachten ingeleverd worden. De tweede opdracht van deze minor. De volgende opdracht is een lessenserie van minimaal twee lessen. Met andere woorden gewoon lessen geven! Afgelopen donderdag (28 november) mocht ik twee klassen marketing les geven. Vooraf heb ik een lesplan gemaakt. Een lesplan is heel belangrijk voor een beginnende docent. Je schrijft vooraf concreet op wat je in de les wil doen. Wat zijn de doelen die je wil behalen. De structuur van de les is nog steeds onder te verdelen in  de les fases. De eerste les ging super. Ik stond daar en ik vond het gewoon geweldig om daar te staan. Al die leerlingen te zien die vragen hebben of met dingen bezig zijn waar je gewoon om kan lachen. Als je die leerlingen iets leert, zie je dat ze het waarderen. De tweede klas was iets lastiger. Bepaalde samenwerkingsvormen waren niet effectief. Bij de eerste groep werkte het wel, maar bij de andere groep hadden die leerlingen meer sturing nodig. Zo zie je gelijk verschillen tussen twee spiegelklassen. Bij de laatste groep liep ik bij bepaalde onderdelen ook uit. Op dat moment hamerde ik op mijn planning. Ik wilde mijn les planning behalen. Om deze reden ontstond er wel wat onrust. In het vervolg ga ik het inkorten of de les een beetje aanpassen.

Deze lessen zijn allemaal leermomenten, maar momenteel haal ik er veel meer energie uit door de positiviteit en het verloop van de lessen. De leerlingen iets bijbrengen of dat ze iets hebben onthouden na je les, geeft een heerlijk gevoel. Op naar de volgende les ūüôā

2013-11-13 11.00.11

Continue Reading

Minor dag #9

Vrijdag 22 november stond het thema meervoudige intelligenties op het programma. We kregen allereerst een oefening met meervoudige intelligenties. Je moest een reactie/voorkeur geven op de verschillende intelligenties. Welke vormen van intelligenties zijn er?

– Taalkundige intelligentie denkt in woorden, houdt van lezen, praten, kan makkelijk gedachtes en idee√ęn verwoorden. Leest met inzicht en begrijpt wat er staat. Kan iets goed begrijpen en verhelderen.
– Logische- wiskundige intelligentie Is gefascineerd door getallen en cijfers en speelt er graag mee, kan goed ordenen.
– Visueel ruimtelijk intelligenties. Neemt de werkelijkheid waar via de beelden. Heeft een groot gevoel voor kleurnuances. Degene tekent vaak figuurtjes of maakt krabbels om iets vast te houden. Hij experimenteert graag met ontwerpen en schetsen. Degene denkt, schrijft en praat plastisch. Kan zich snel ori√ęnteren in gebouwen, wijken en werkt graag met vormgevers en grafieken.¬†De bijbehorende oefening bij deze intelligentie was ¬†teken het symbool van de Nederlandse Spoorwegen. Nou dat ging ons moeizaam af hoor. Niemand wist het symbool te tekenen….
РLichamelijk- motorische intelligentie. Reageert bij voorkeur met trefzekere bewegingen. Heeft een sterk gevoel voor de juiste richting en timing in het gebruik van het eigen lichaam. Houdt van gymnastiek en sport. Maakt snel lichamelijke contact. Sterk in fijn motoriek. Leert makkelijk door iets te doen of te spellen. Leeft in geluid en ritmiek. Is een boeiende verteller.
-Natuurgerichte intelligentie Is gefascineerd door alles wat groeit en bloeit en beweegt in de natuur. Herkent snel kenmerken van planten, dieren, voorwerpen Leert makkelijk door waarnemingen buiten te verzamelen en te ordenen. Gaat graag met dieren om en maakt er snel contact mee.
-Interpersoonlijke intelligentie. Stelt zich graag wat op de achtergrond. Leeft in eigen wereld. Kent sterke en zwakke kant
-Intrapersoonlijke intelligentie. Houdt van contact met andere en degene werkt graag samen. Houdt graag van gezelligheid en feestjes. Voelt scherp aan wat anderen beweegt en spreekt daar makkelijk over. Voelt zich prettig in groepen en is  graag bereid om anderen te helpen

Het volgende onderwerp was vaktaal. Leerlingen hebben niet altijd hetzelfde niveau. Zij missen soms het juiste niveau. De kunst is om als docent in te zien met welke termen de leerlingen moeite mee hebben. Dat moet helder worden gemaakt voor de leerlingen. Voorbeeld: vraag in de klas of iemand een betekenis kan geven op een begrip, voordat je dat begrip gaat uitleggen. Op deze wijze activeer je de leerlingen om na te denken. Mochten de leerlingen het niet weten, dan zullen ze het sneller onthouden als je ze het aan de leerlingen gaat uitleggen. ¬†Nu mag ik me meer bezig houden met lesgeven ūüôā

Continue Reading

Minor dag #3 #4

We zijn alweer twee weken verder. Wat vliegt de tijd. Helaas heb ik nog steeds geen stage plek. Je leert het meest door in de praktijk bezig te zijn. Uitleg krijgen over hoe je het moet doen is allemaal leuk en aardig, in de praktijk gaat het toch vaak anders.

Wat heb ik de afgelopen twee weken meegekregen?

Minor dag #3
Op deze dag moesten wij een paar begrippen van effectief leren uitbeelden en uitleggen. Deze begrippen moest in tweetallen worden gepresenteerd. Tijdens het presenteren werden de 6 sleutelbegrippen, 3 vormen van leren en sturingen uitgelegd met behulp van voorbeelden. Al die begrippen hebben in eerste instantie verband met elkaar.

In de middag werden de studenten bewust gemaakt over de houding van de docent. Leerlingen houden  de docent nauw in de gaten tijdens de lessen, ook wat betreft kleding. Wellicht hield jij als scholier ook de kleding van jouw docenten in de gaten.

Wij zijn studenten die een minor in het onderwijs doen. Wij moeten ons gedragen als docenten, maar stiekem gedragen wij ons zeker  als studenten, door geen huiswerk te maken of niet goed voor te bereiden. Het is best veel, waardoor het lastig is om alles op orde te hebben. Het toffe was dat de docent dit op de juiste manier aanpakte. Hij vroeg wie zijn huiswerk af had. De helft wel en de helft niet. Hij vertaalde dit onderwerp gelijk naar onze rol als docent in de toekomst. Hoe zouden wij daarmee omgaan? Het antwoord luidt improviseren en van te voren in gedachten houden hoe je alsnog deze leerling het beste bij de les kan betrekken. Voorbereiding is het halve werk.

Tot slot moesten wij √©√©n thema op een flaprol beschrijven op basis van wat wij belangrijk vinden in de rol van een docent. We hadden dit thema in een vorm van een mindmap getekend en gepresenteerd aan de rest van de groep. Mijn groepje vond de veiligheid belangrijk. Je moet als docent een krachtige en veilige leeromgeving kunnen cre√ęren om de leerlingen effectief te kunnen leren.

foto (6)

Minor dag #4

Afgelopen week stond er zoals elke vrijdag veel op het programma. De logopedist kwam langs om ons te vertellen over het stemgebruik, lichaamshouding en op welke wijze je de aandacht van leerlingen kan krijgen. We moesten heel veel lawaai maken en één student moest proberen om de aandacht te krijgen. Dit ging overigens niet makkelijk. Je moest een lage stem gebruiken, vanuit je buik.  Persoonlijk had ik daar veel moeite mee. Blijkbaar heb ik een hoge stem, waardoor ik het lastig vond. Aandachtspunten voor mij zijn dan voornamelijk proberen uit mijn buik en een lage stem gebruiken. Iedereen weet dat schreeuwen geen zin heeft. Je moet je stem goed gebruiken, want als een docent zijn stem kwijt is, dan kan er geen les meer worden gegeven.

Daarnaast moesten we allemaal een mini les in tweetallen voorbereiden. Je moest in een bepaald onderwerp een directe instructie geven. Het mocht niet om je eigen vak gaan. Ik studeer economie, dus dan moet ik een mini les geven over een onderwerp dat niks te maken heeft met economie. Samen met een klasgenoot lieten wij de rest een roos maken van toiletpapier. In het begin vond ik het eng, aangezien ik het zelf via een YouTube filmpje had geleerd. Mijn medestudenten hadden ook hele leuke onderwerpen. We hebben geleerd om hartjes te maken. Deze hartjes kunnen ook als boekenleggers worden gebruikt. Kennismaking met de Spaanse taal en wat is henna, hoe maak je dat. Hieronder zie je een foto impressie van onze creatieve creatie.

miniles fotoDe dag daarvoor was het maken van de roos bij mij nog mislukt. Dus ik was super blij dat de mini les was geslaagd. Vervolgens hebben we elkaar feedback gegeven en dat kunnen wij verwerken in ons portfolio. Vanaf volgende week moeten wij in een intervisie groepje elkaar feedback geven op de ontwikkeling, de vraagstukken of problemen waar de studenten tegen aanlopen. De onderwerpen zullen vaak uit de praktijk komen, namelijk de stageschool.

P.S. Aangezien ik nog geen stageplek heb, ben ik een dagje op mijn oude school geweest. Binnenkort lees je daar meer over. De praktijk ziet er anders uit dan wat je op basis van de theorie probeert voor te stellen.

Continue Reading

Minor dag #2

De vrijdagochtend begon lekker vroeg en het was de tweede dag van mijn minor. De rest van de week waren we vrij. Vanaf  oktober begint de stage.

Waar stond deze ochtend voor?
Het Nederlands onderwijssysteem stond op het programma. Iedereen kent min of meer het Nederlands onderwijssysteem, maar het is altijd handig om het totaal plaatje te weten. De meeste studenten zijn afkomstig van de havo en enkeling van het vmbo. Na de havo/vwo ga je in de meeste gevallen naar het hbo of de universiteit. Maar bij het vmbo ga je naar het mbo. In het mbo heb vier verschillende niveau’s. Minderjarigen die het vmbo afronden zijn verplicht om naar het mbo te gaan. Je moet namelijk minimaal een startkwalificatie bezitten.

Vervolgens werd ons de vraag gesteld; wat zijn de taken van een leraar?
Iedereen kan zich wel bedenken dat een leraar niet alleen lesgeeft. Welke taken heeft een leraar allemaal?
Uiteraard lesgeven, maar deze lessen moeten voorbereid worden. Een leraar moet toetsen nakijken en soms ook surveilleren in de aula en tijdens de toetsweken. Naast deze basistaken moet een leraar vergaderen, bijscholen en voorbereiden voor werkweken. Zo zijn er nog een paar taken. De leraar heeft dus diverse taken.

Tot slot moesten we een ideale school op papier bouwen. Welke doelstellingen vinden wij belangrijk? Wat is het fundament van de school? Mijn groep vond de juiste lesstof, veilige omgeving, de samenwerking, kennis, talentontwikkeling en de gekwalificeerde docenten belangrijk. In eerste instantie vroeg ik me af wat voor toegevoegde waarde deze opdracht zou geven. Nadat we eenmaal de opdracht hadden uitgevoerd, werd ik bewust van een aantal dingen. Deze opdracht maakte mij bewust van het feit dat je in een school niet alleen leraar bent. Maar je zit in één organisatie, waarin je veel moet samenwerken. Elke docent heeft een andere kennis die je samen met elkaar moet delen. Verder wordt je bewust van de mogelijke onderwijskundige doelstellingen. Waar staat een school voor?  Wist jij de missie of visie van jouw middelbare school?

school bouwen

In het begin krijgen we veel theorie voordat we de praktijk in gaan.  Maar vanaf oktober zal de praktijk wellicht anders zijn dan de theorie.

Ben je benieuwd naar mijn minor? Bekijk snel minor dag #1.

Continue Reading