Workshops op de UvA deel I

Afgelopen week heb ik een paar workshops over het onderwijs op de UvA mogen volgen. Vanuit Inwijs (een advies- en begeleidingsbureau voor het onderwijs) mocht ik kosteloos deelnemen aan de workshops. Deze workshop waren bedoeld voor beginnende docenten. Waar loop jij als beginnende docent tegen aan? Wat moet jij weten over puber gedrag. Wat zijn de basisvaardigheden van een docent. Dit soort onderwerpen kwamen aan bod.

Op woensdag 30 januari heb ik deze workshops 10 werkvormen en uhh!? Wat bedoelt u!? gevolgd. Elke workshop duurde ander halfuur.  De workshop 10 werkvormen was erg nuttig. Je kreeg met 10 verschillende werkvormen te maken. Doordat wij zelf die werkvormen mochten uitvoeren, hebben wij ervaren hoe het voelt om dit soort werkvormen te doen. Sowieso is het essentieel van belang dat docenten complimenten geven aan leerlingen. Door het geven van complimenten, geef je de leerlingen een beetje zelfvertrouwen. Petje op/af. Daarnaast kan je leren door observeren. Als je leerlingen aan het werk zet en twee leerlingen laat observeren hoe die leerlingen het doen. Bij het introduceren van een nieuw onderwerp of thema kan een woordspin handig zijn. Zo ontstaat er een interactieve werkvorm en je test gelijk het niveau van de leerlingen. Denken, delen en uitwisselen kan leiden tot een goede samenwerking. Je laat de leerlingen eerst zelfstandig nadenken en opschrijven, zodat iedere leerling eerst zelf nadenkt. Dan laat je de leerlingen in groepjes van twee of vier dit bespreken. Zo leren ze van elkaar en hoef jij als docent niet iedere leerling persoonlijk af te gaan. Op deze manier kregen wij inzicht in verschillende soorten werkvormen, die je ook samen kan integreren. Zo kan je de les lekker interactief maken. Het delen van onze ideeën zorgde ook voor andere soorten werkvormen. Verder hebben wij werkvormen gehad als handvol begrippen, kaartjes opdracht en fouten analyse. Je geeft de leerlingen een tekst, waar zij de fouten moeten opsporen. Het is heel belangrijk dat de leerlingen weten hoeveel fouten er in de tekst zitten. Anders gaan zij in elk woord een fout opsporen en dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Tot slot is er ook een hele makkelijke methode om je zelf te testen. One minut paper.  Je laat de leerlingen op een papier kort opschrijven wat zij goed vonden gaan en of zij na de les een vraag hebben over de les. Zo kun jij snel testen of jij je doelen hebt behaald die je had voorgenomen. De kracht van de feedback. Het was een interessante workshop en de tijd vloog voorbij.

De tweede workshop was de uhh!? Wat bedoelt u!? Wederom een inspirerende workshop. Deze man leerde ons in een ander halfuur een klein beetje Arabisch. Ik verbaasde me op de manier hoe hij het deed. Hij zei een woord in het Arabisch en deed het voor. Vervolgens moesten wij dat nadoen. Deze instructie vorm wordt wel de gebiedende wijs genoemd. We zaten in een kring. De docent deed het eerst voor, bijvoorbeeld ga zitten en opstaan. Dat ging hij een paar keer herhalen. ‘Sahar gliss’ (Sahar opstaan), ‘Sahar dor’ (Sahar draai een rondje). Op deze manier begreep je wat hij vertelde in een andere taal. Het was best grappig, want als iemand het even niet meer wist, begonnen we met ze allen te lachen. Tuurlijk onthoud je niet alles, maar ter introductie naar een vreemde taal is dit een goede methode. De tweede vorm van instructie was meer interactiever. Hierbij moest je gaan antwoorden in het Arabisch. Deze instructie wordt response genoemd. Persoonlijk vond ik deze workshop pittig. Je moest je aandacht volledig bijhouden, veel nadenken en in korte tijd reproduceren wat de docent vertelde. Het ging om korte fragmenten als jezelf voorstellen. Het vereiste veel concentratie, maar het is wel een manier om een vreemde taal snel op te pikken. Je kan het zien als een baby die de taal nog moet leren. Als ouders doe je het kind voor wat je wil dat zij gaat zeggen. Dat herhaal je als ouder ook steeds. Dit principe wordt ook hier gehanteerd. De derde vorm van instructie was instructie geven in woorden wat je moet doen. In dit geval moesten wij een tekening maken. Dit vond ik het lastigste onderdeel. Iemand gaf een instructie hoe je iets moest tekenen. Dat werd twee keer gedaan. De eerste keer mocht er door het publiek geen vragen worden gesteld. De tweede keer mocht dit wel. Het verbaasde mij juist dat bij vragen stellen verwarring ontstond. De eerste keer werd er door de meerderheid goed getekend. Wanneer er vragen gesteld werden, wekte dat bij anderen juist verwarring. Hier komt communicatie bij kijken. Je denkt het goed te verwoorden, maar dat wil niet zeggen dat bij de anderen het kwartje valt.

Deze workshops waren georganiseerd voor de studenten die zich hebben ingeschreven voor de 1e graadslerarenopleiding. Deze workshops kan je als een startpunt zien voor de studenten die later een rol als docent zullen vervullen. Een mooi ervaring, waarvan ik heb mogen genieten.

You may also like

1 reactie

Geef een reactie